Nieuws

Een dieper begrip van verschillen tussen teeltmethodes

Gepubliceerd op
23 juni 2021

Telers kunnen grofweg kiezen tussen drie teeltmethodes: biologisch, gangbaar of een mengvorm. De Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research (WUR) onderzocht de effecten van deze teeltmethodes op de bodem, op micro-organismen in tulpenbollen en de onderlinge interacties. Kennis over de relaties tussen teeltsystemen, bodemeigenschappen en gewasgerelateerde organismen is de eerste fundamentele stap in de creatie van duurzame teeltsystemen.

Elke teeltmaatregel heeft een effecten op het bodemleven, het gewas en op hun onderlinge interacties. Al deze onderlinge relaties kunnen gezien worden als een netwerk van interacties. Veranderingen in de kwantiteit en kwaliteit in dit netwerk kunnen een effect hebben op de weerstand tegen bijvoorbeeld droogte of ziekten. Maar hoe?

WUR onderzocht daarvoor verschillende teeltsystemen en grondsoorten (zand versus klei). Daarbij werd gekeken naar levende en niet-levende eigenschappen van de bodem (ofwel: abiotische en biotische eigenschappen), micro-organismen van de tulpenbol en de onderlinge relaties.

WUR ontdekte dat gangbare teeltmethoden (versus biologisch of hybride) een homogeniserend effect kunnen hebben op bodembacteriën en schimmelgemeenschappen. Met andere woorden: conventionele land- en tuinbouw kan zorgen voor minder variatie in het bodemleven. Verder waren netwerkinteracties verschillend op basis van bodemtype en teeltmethode. Zo zorgen zandbodemnetwerken voor andere clusters van interacties dan kleigronden.

Untitled-2.jpg

Daarmee lijkt het erop dat gangbare teeltmethodes en interacties met bodemsoorten kunnen zorgen voor een slechtere bodemfunctie en een lagere buffercapaciteit voor stress en ziekten. In de volgende fase van het onderzoek wil WUR dit onderzoek aanvullen met data van andere gewassen en dieper ingaan op de functies achter deze interactieve relaties om mee te helpen een robuuster en duurzamer teeltsysteem te ontwikkelen.​