Hoe is het risico op bacteriële ziekten te verlagen?

Nieuws

Hoe is het risico op bacteriële ziekten te verlagen?

Gepubliceerd op
17 maart 2020

Hoe klein ook, pathogene bacteriën kunnen grote schade bij planten veroorzaken. Implementatie van hygiëneprotocollen kan verspreiding tegengaan, en ook schoonmaken van de kas tussen de teelten door is belangrijk. Maar helaas kunnen pathogene bacterieën soms ontsnappen aan alle hygiënemaatregelen. Daarom onderzoekt Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research welke duurzame, effectieve alternatieven er zijn voor het voorkomen van de bacteriële plantenziekten in glastuinbouw gewassen.

Pathogene bacteriën zijn lastige vijanden. Ze kunnen zich razendsnel verspreiden. Ze weten wanneer ze met voldoende zijn om een plant aan te vallen: ze communiceren met elkaar door signaalstoffen die worden uitgestoten door afzonderlijke bacteriële cellen. En sommige bacteriën, zoals Agrobacterium tumefaciens of Rhizobium rhizogenes, slagen er zelfs in het DNA van een gewas aan te passen. Daardoor produceert het gewas secundaire metabolieten die alleen door plant pathogene bacteriën gebruikt kunnen worden als voedsel.

Microbiële balans

In alle teeltsystemen onder glas zijn bacteriën aanwezig. De meerderheid van deze eencellige micro-organismen is niet schadelijk voor de plant. De nuttige bacteriën kunnen zelfs het gewas beter laten groeien. In weerbare teeltsystemen is de goede microbiële balans in substraat, water en rond/in de plant zeer belangrijk. Om die balans te behouden en tegelijkertijd verspreiding van bacteriële ziekteveroorzakers tegen te gaan zijn er nieuwe, duurzame strategieën nodig, die plantpathogene bacteriën kunnen bestrijden of minder virulent (schadelijk) maken zonder de negatieve neveneffecten op nuttige bacteriën.

Strategieën

Binnen het lopende project, dat in 2019 startte, onderzoekt WUR verschillende strategieën om de ontwikkeling van bacteriële plantenziekten tegen te gaan. Allereerst het gebruik van microbiële enzymen. Deze kunnen wellicht voorkomen dat een biofilm van plantpathogene bacteriën ontstaat op boven- en ondergrondse plantendelen. Hierdoor kan voorkomen worden dat plantpathogene bacteriën zich hier vestigen en de plant infecteren.

Er wordt ook gekeken naar inzet van nuttige micro-organismen die de communicatie tussen de plantpathogene bacteriën kunnen verstoren en ze zo minder virulent maken. Mogelijkheden voor het gebruik van parasitaire bacteriën die pathogenen selectief kunnen doden worden eveneens verkend.

En tenslotte onderzoekt WUR of het verhogen van de weerbaarheid van het gewas tegen bacteriële ziekten mogelijk is. Bijvoorbeeld door die te behandelen met chemische elicitors of met micro-organismen die geïnduceerde resistentie van de plant aanschakelen.

Drie gewassen

In het onderzoek wordt gekeken naar drie gewassen waar pathogene bacteriën voor schade kunnen zorgen. In tomaat veroorzaakt Rhizobium rhizogenes overmatige wortelgroei symptomen. De Acidovorax cattleyae veroorzaakt in de teelt van Phalaenopsis natte rot. En in Pelargonium is het de Xanthomonas hortorum pv. pelargonii die het gewas aantast.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Glastuinbouw Nederland en gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, Stichting Kennis In Je Kas (KIJK), Stimuflori, ICL BV, Gennovation BV en ChiralVision BV.