Kansen voor gentechnieken in agro-ecologische landbouw niet laten liggen

Nieuws

Kansen voor gentechnieken in agro-ecologische landbouw niet laten liggen

Gepubliceerd op
15 april 2020

Nieuwe gentechnieken en agro-ecologie kunnen elkaar versterken bij het verduurzamen van de landbouw, betogen onderzoekers van Wageningen University & Research. Daar hoort een debat bij waarin aandacht is voor zaken als zorgvuldigheidbrede toegankelijkheid tot deze technieken en vooral ook wederzijds respect voor standpunten van voor- en tegenstanders.

In een recent gepubliceerde paper in Outlook on Agriculture onderzoeken de WUR-onderzoekers Bert Lotz, Clemens van de Wiel en René Smulders de verenigbaarheid van nieuwe gentechnieken en agro-ecologie. Ze doen dit door te kijken hoe verschillende toepassingen van genetische modificatie en nieuwe veredelingstechnieken als CRISPR/Cas gewassen weerbaarder kunnen maken tegen belangrijke ziektes en plagen. Hierdoor kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk naar beneden en ontstaan bijvoorbeeld betere kansen om andere plagen te onderdrukken met natuurlijke belagers, zoals insecten die plaaginsecten eten of daarop parasiteren.

Doelstellingen agro-ecologische landbouw

De onderzochte toepassingen van gentechnieken dragen in grote mate bij aan de doelstellingen van op agro-ecologie gestoelde landbouw: minimale afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen in combinatie met veelal preventieve IPM-maatregelen (Integrated Pest Management), die samen een robuust teeltsysteem creëren. In dit systeem kunnen telers ook terugvallen op biologische bestrijding van ziektes en plagen en ondervindt het gehele agro-ecosysteem zo min mogelijk verstoring. Bijkomend voordeel is dat de kosten voor de teler omlaag kunnen. Gentechnieken kunnen dus – onder de juiste voorwaarden - ook bijdragen aan financiële duurzaamheid binnen de landbouw.

Aandachtspunten samenwerking genetische modificatie en agro-ecologie

Om de verenigbaarheid van gentechnieken en agro-ecologie te onderzoeken richten de auteurs zich op verschillende punten.

  1. Risicoperceptie: In het maatschappelijk debat rond genetische modificatie gaat het vaak over mogelijke risico’s die zouden kleven aan het telen van gewassen die met nieuwe technieken veredeld zijn. In hun publicatie laten de onderzoekers zien dat deze risico’s bij de door hen onderzochte toepassingen in principe gelijk of zelfs kleiner zijn dan die bij het telen van gewassen die met conventionele technieken veredeld zijn.
  2. Power issues: De auteurs betogen dat brede toegang tot de nieuwe technieken en kennis gewaarborgd moet zijn. Ook kleine ondernemingen moeten kans hebben om nieuwe, duurzamere teeltmogelijkheden te benutten door introductie van met gentech verbeterde gewassen. Een monopoliepositie van grote multinationals mag dat niet belemmeren. Er zijn goede mogelijkheden om deze brede toegankelijkheid mogelijk te maken.
  3. Een agro-ecologisch frame: met agro-ecologie kan zowel een wetenschappelijk vakgebied als een sociale beweging worden aangeduid. Een deel van de aanhang van deze sociale beweging plaatst genetische modificatie uitsluitend in een perspectief van intensieve landbouw met minimaal gebruik van natuurlijke mechanismen en principes. Toepassingen van gentech kunnen echter wel degelijk de doelstellingen van agro-ecologie dichterbij brengen. De onderzochte toepassingen ondersteunen volgens de auteurs dit inzicht duidelijk.
  4. Ethiek: Voor sommige groepen binnen de agro-ecologische beweging is er om culturele of ethische redenen (bv. ‘bescherming van de intrinsieke waarden van de plant’) pertinent geen plaats voor gentechnologie. De auteurs onderkennen dat op dit specifieke vlak een toenadering tussen gentechnieken en agro-ecologie problematisch is. Zij pleiten voor het wederzijds respecteren van zulke persoonlijke standpunten. Want als nieuwe gentechnieken in het geheel niet toegepast kunnen worden en er daardoor minder kansen zijn om de landbouw te verduurzamen, heeft dat óók een ethische kant: waarom ontzeggen we onszelf als samenleving technologische oplossingen terwijl die kunnen helpen om enorme opgaves (onder andere voeding van de snel groeiende wereldbevolking, het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering) het hoofd te bieden?

Het artikel richt zich mede op beleidsmakers, politici, NGO’s en andere groepen in de samenleving die zich bezighouden met de toekomst van de landbouw en voedselproductie.

Bert Lotz: “We hopen hiermee te laten zien dat er mogelijkheden liggen om de kloof tussen voor- en tegenstanders van het gebruik van gentechnieken in de landbouw deels te overbruggen. Dat vereist dat iedereen zich goed informeert en wederzijds respect betoont voor elkaars zorgen, argumenten én mogelijk verschillende keuzes”.