Nieuws

Kunnen er meer organische reststoffen in potgrond?

Gepubliceerd op
18 december 2020

Potgrond bestaat uit een mengsel met bijvoorbeeld veen, kokos of houtvezels. Daaraan mogen ook organische reststoffen worden toegevoegd, maar tot een bepaald maximum. Reststoffen als compost, bermgras en gft kunnen namelijk negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de potgrond. De Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research onderzoekt of dat te verhelpen is door de organische reststoffen verdergaand te bewerken.

Potgrond en andere substraten mogen nu tot maximaal 20% bestaan uit organische reststoffen. Compost, bermgras en gft zorgen er namelijk voor dat het zoutgehalte en de pH van de potgrond te hoog worden en dat stikstof te snel wordt vastgelegd. Bovendien degraderen de reststoffen te snel. Voordeel van de reststoffen is dat ze in grote hoeveelheden voorradig zijn en duurzamer zijn dan veel andere mogelijke ingrediënten.

20190626_155439.jpg

De stoffen kunnen bewerkt worden, zodat de negatieve eigenschappen verwijderen, of in ieder geval minder worden. Daarmee worden de reststoffen dus beter verwaard. Mogelijke bewerkingen zijn zeven, wassen, composteren of verhitten in een zuurstofloze omgeving. De vraag is: welke bewerkingen zijn nodig en in welke volgorde? En ook: maken de bewerkingen de reststoffen niet te duur? Daarnaast onderzoekt WUR binnen hetzelfde project of hennepvezels bruikbaar zijn als basismateriaal voor pluggen voor plantenkweek.

Voor het onderzoek gebruikt WUR monsters geproduceerd bij de bedrijven, waar de reststoffen worden bewerkt. Daarmee worden vervolgens laboratoriumproeven uitgevoerd. Ook teeltexperimenten horen bij goed gevolg tot de onderzoeksopzet. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en een consortium van bedrijven in compost, potgrond en vezelverwerking, een bedrijf voor technische installaties en TNO.​