Nieuws

Mechanisch of chemisch (glyfosaat) vernietigen van het vanggewas in snijmais

Published on
30 juni 2022

Hoe komt in de maisteelt de stikstof uit het vanggewas het beste beschikbaar? Door het vanggewas (grassen) mechanisch te vernietigen met frees of schijveneg of door het dood te spuiten met glyfosaat? Na het eerste jaar bleken de verschillen niet groot, maar vroeg vernietigen van het vanggewas en het gebruik van de frees leek een positief effect te hebben op de beschikbaarheid van stikstof voor het maisgewas.

Het gebruik van glyfosaat in de landbouw staat ter discussie. Eén van de toepassingen van glyfosaat is het vernietigen van vanggewassen bij de teelt van snijmais. Glyfosaat is relatief goedkoop en geeft een effectieve doding van het vanggewas zonder risico op hergroei. Ook doodt het eventueel aanwezig onkruid. Je kunt vanggewassen ook mechanisch vernietigen. Voor het vervolggewas is het belangrijk dat het vanggewas tijdig en voldoende effectief wordt vernietigd, zodat het vervolggewas de nutriënten uit het vanggewas goed kan benutten. Vanuit de praktijk komt de vraag wat het effect is van mechanisch vernietigen, van met name grasachtige vanggewassen, op de vastgelegde stikstof in vergelijking met vernietigen met glyfosaat. Komt die stikstof voldoende snel beschikbaar en kan het voldoende benut worden bij mechanisch vernietigen?

Drie methoden

Binnen de PPS Ruwvoer, Bodem en Kringlooplandbouw is daarom in 2021 een veldonderzoek gestart, waarbij gekeken is naar verschillen in beschikbare stikstof in de bodem tussen mechanische en chemische (glyfosaat) vernietiging van het vanggewas Italiaans raaigras. Er werden twee mechanische methoden toegepast; een intensieve bewerking met een frees en een minder intensieve bewerking met een schijveneg (zie afbeeldingen). De drie methoden werden vergeleken bij een vroege (begin maart) en een late (begin april) toepassing. Dit jaar is de proef herhaald, waarbij alle behandelingen naast een normaal bemestingsniveau ook zijn aangelegd bij een laag bemestingsniveau zonder drijfmest en alleen met 30 kg N/ha als rijenbemesting. Dit om eventuele verschillen in mineralisatie vanuit het vanggewas beter waar te kunnen nemen. In de periode begin maart tot begin juli werden elke 4 weken grondmonsters genomen van de laag 0-60 cm voor bepaling van de minerale stikstof voorraad.

Eerste resultaten 2021

In figuur 1 zijn de gemiddelde N-min voorraden in de bodemlaag 0-60 cm van eind mei weergegeven van de verschillende bewerkingen en van de beide tijdstippen. In figuur 2 zijn de gemiddelde N-opnames door de mais begin juli weergegeven. De onderzoekers constateerden in 2021 geen significante verschillen in N-min voorraden en N-opnames tussen de verschillende bewerkingen en tussen het vroeg en late tijdstip van vernietigen.

Figuur 1: Minerale stikstof voorraden (laag 0-60 cm), eind mei.
Figuur 1: Minerale stikstof voorraden (laag 0-60 cm), eind mei.
Figuur 2: Stikstofopname door mais, begin juli.
Figuur 2: Stikstofopname door mais, begin juli.

Wel was een tendens te zien dat er bij vroeg vernietigen iets meer beschikbare stikstof in de bodem aanwezig was. Daardoor was ook een iets hoger N-opname door de mais mogelijk. Daarnaast lijkt een intensieve bewerking met de frees iets meer beschikbare stikstof te geven dan vernietigen met de schijveneg of met glyfosaat.

Nieuwsbericht Mechanisch of chemisch vernietigen - FOTO 1 Glyfosaat.JPG
Nieuwsbericht Mechanisch of chemisch vernietigen - FOTO 2 Frees.JPG
Nieuwsbericht Mechanisch of chemisch vernietigen - FOTO 3 Schijveneg.JPG

De drie toegepaste vernietigingsmethoden van boven naar beneden: glyfosaat, frees en schijveneg