Mensen zijn super-samenwerkers, hoe kan dat?

Nieuws

Mensen zijn super-samenwerkers, hoe kan dat?

Gepubliceerd op
4 februari 2020

Teveel topspelers in één sportploeg beïnvloedt de teamprestatie nadelig. Het individueel competitief vermogen staat op gespannen voet met collectief succes. We noemen dit het ‘too-much-talent effect’. Deze spanning is een fundamenteel principe en ook toepasbaar op de evolutie van samenwerking tussen individuen in de natuur. Hoe kan natuurlijke selectie sociaal gedrag bevorderen, zelfs ten koste van individueel succes? Deze vraag vormt de basis van het onderzoek van professor Duur Aanen. Hij inaugureert op donderdag 6 februari aan Wageningen University & Research.

De schaal en de complexiteit van menselijke samenwerking overstijgt die van alle andere voorbeelden van samenwerking. Een belangrijke onderzoeksvraag is hoe dit kan. De sleutel ligt vermoedelijk in het unieke vermogen van de mens om kennis te vergaren en via leren en imiteren door te geven aan andere individuen. Professor Aanen wil de komende jaren samenwerken met sociaal wetenschappers aan culturele evolutie en de interactie met biologische evolutie. 

Samenwerking binnen en tussen soorten

Als modelsysteem voor zijn onderzoek gebruikt prof. Aanen schimmels. Schimmels vertonen de ultieme vorm van sociaal gedrag: individuen kunnen met elkaar versmelten tot één groter individu. En deze samenwerking blijft niet beperkt tot de eigen soort. Er is ook sprake van samenwerking met andere soorten. Een voorbeeld zijn schimmelkwekende termieten. Deze insecten bedrijven landbouw door in hun kolonie monoculturen van schimmels te kweken. De termieten zelf leveren het plantaardig materiaal aan waarop schimmels groeien.

Dit principe, dat samenwerking tussen de individuen van één soort benut kan worden door een andere soort, kan ook worden toegepast in onze eigen landbouw, in een nieuw onderzoeksveld Darwinian Agriculture. Denk aan selectie op sociaal gedrag bij kippen, zodat die geen energie verspillen aan pikgedrag, of selectie op minder competitieve planten. Aanen werkt samen met Wageningse onderzoekers die onderzoek verrichten in dit veld.

Wetenschap en mythe in evolutie

De evolutietheorie kan dus tot beter begrip van de natuur leiden en evolutionaire principes kunnen ook worden toegepast in onze maatschappij. Vaak echter wordt evolutiebiologie als wetenschappelijk raamwerk verward met levensbeschouwing. Professor Aanen zet zich in om dit misverstand te bestrijden. Zo organiseerde hij in 2018 met theoloog Gijsbert van den Brink een Lorentz-workshop over de acceptatie van de evolutietheorie door verschillende religies.

Aanen betoogt dat we naast resultaten van wetenschappelijk onderzoek ook mythes nodig hebben, verhalen met een morele betekenis

De uitkomst van deze workshop is ‘De Leidse Verklaring over Geloof en Evolutie’ die is ondertekend door een brede groep wetenschappers en biologieleraren, met zeer diverse religieuze en seculiere levensbeschouwingen. Bovendien is hij betrokken bij een EU-onderzoeksprogramma dat onderzoek doet naar de acceptatie van en het onderwijs in de evolutiebiologie.

In zijn oratie zal Aanen ingaan op morele implicaties van onderzoek aan de evolutie van samenwerking in het bijzonder en op die van wetenschappelijk onderzoek in het algemeen. Hij betoogt dat we naast resultaten van wetenschappelijk onderzoek ook mythes nodig hebben, verhalen met een morele betekenis. De wetenschap zelf is echter geen mythe en Aanen zal aan de hand van voorbeelden betogen dat het gebrek aan acceptatie van de evolutietheorie in veel gevallen valt terug te voeren op het niet in acht nemen van dit onderscheid tussen mythe en wetenschap.

Biografie

Aanen_Duur.jpg

Duur Aanen (Hoornaar, 1971) studeerde biologie vanuit een brede belangstelling voor de natuur van jongs af aan. Na zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht deed hij promotieonderzoek in Wageningen. Hij richtte zich op een onderzoek naar soortvorming bij schimmels die in symbiose leven met bomen. Hierna werkte hij van 2000 tot 2006 aan de Universiteit van Kopenhagen waar hij een onderzoeksprogramma opzette over de evolutie van de symbiose tussen termieten en schimmels. Terug in Wageningen verwierf hij in 2007 een Vidi-beurs van NWO waarmee hij zijn onderzoek aan de evolutie van schimmelkwekende termieten voortzette. In 2015 ontving hij een prestigieuze Vici-beurs voor onderzoek naar de evolutie van samenwerking.