Nieuw onderzoeksprogramma Grasvelden voor een klimaatbestendige leefomgeving met meer biodiversiteit

Nieuws

Nieuw onderzoeksprogramma Grasvelden voor een klimaatbestendige leefomgeving met meer biodiversiteit

Gepubliceerd op
14 mei 2020

Grasvelden met in de eerste plaats een recreatieve functie kunnen een rol spelen om het stedelijk gebied aangenamer en klimaatbestendiger te maken. Én in het verhogen van de biodiversiteit, wat de overlast van plagen kan beperken. Samen met het graszaadbedrijfsleven en de sportbranche gaat Wageningen University & Research (WUR) de komende vier jaar onderzoeken hoe grasvelden een optimale bijdrage kunnen leveren aan uitdagingen op het gebied van het klimaat en de teruglopende biodiversiteit.

De klimaatuitdagingen zijn enorm, maar de potentie om vanuit de grasveldsector bij te dragen aan oplossingen ook."

Waarom dit onderzoeksprogramma?

Het onderzoeksprogramma heeft enerzijds als doel om meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden van klimaatbestendige grasvelden: hoe grasvelden als robuuster systeem ingericht en beheerd kunnen worden en beter bestand zijn tegen droogte en hitte. Aan de andere kant wordt onderzocht hoe grasvelden kunnen bijdragen aan een verkoelend effect, waterbergend vermogen, verhoging van biodiversiteit en koolstofopslag.

Onder ‘grasvelden’ vallen volgens het onderzoeksprogramma sportvelden, golfbanen, recreatieterreinen, parken, gazons, bermen, dijken, taluds en natuurterreinen. Alle grasvelden hebben een eigen ‘doel’ (verschillende vormen van recreatie) en een bijbehorend verschil in gebruik en onderhoud, maar er zijn ook veel overeenkomsten. Gezamenlijk beslaan deze gebieden een aanzienlijk deel van Nederland. Een optimalisering van de positieve effecten van grasvelden kan daarom een belangrijke bijdrage leveren aan de uitdagingen op het gebied van klimaat en de teruglopende biodiversiteit.

De uitdagingen zijn groot, want klimaatverandering is geen probleem van de toekomst maar van nu. Nederland kampt dit voorjaar weer met grote droogte. Voor de landbouw heeft dit grote consequenties, maar de steeds extremere weersomstandigheden hebben ook invloed op de leefbaarheid in steden en dorpen en het gebruik en de kwaliteit van grasvelden. Het hitte-eiland effect in een stad met veel steen en beton is bekend, maar ook overlast door grote hoeveelheden neerslag bij zomerse onweersbuien komen vaker voor.

Het onderzoek

Grasvelden met in de eerste plaats een recreatieve functie zijn een onderdeel van de oplossing, maar voor een optimale bijdrage zullen er wel veranderingen in aanleg, gebruik en onderhoud van grasvelden nodig zijn. Dat is de focus van het meerjarige nationale onderzoeksprogramma (PPS) Grasvelden, Klimaat & Biodiversiteit (2020-2023)* waarin kennis wordt gebundeld vanuit het graszaadbedrijfsleven, de sportbranche en de landbouw. Hiermee slaan de initiatiefnemers een nieuwe weg in om bij te dragen aan oplossingen voor klimaatuitdagingen.

Het onderzoeksprogramma zal inzichten opleveren over de eigenschappen van grassoorten die kunnen bijdragen aan het verhogen van droogtetolerantie, verkoelend effect, waterbergend vermogen, biodiversiteit en koolstofvastlegging. Daarnaast zoekt het programma naar de optimale samenstelling van grasvegetaties per type grasveld (met behoud van de hoofdfunctie) en welke aanpassingen in grasveldbeheer nodig zijn. Door de veranderende omstandigheden komen andere grassoorten in beeld, maar ook kruiden. Omdat ze bijvoorbeeld droogtetoleranter of hittebestendiger zijn dan wel tijdelijke onderwaterzetting kunnen verdragen. Kennisverspreiding is een belangrijk aspect van het onderzoeksprogramma met als doel een verhoogde adoptie van maatregelen en aangepast beheer van grasvelden.

PPS Grasvelden, Klimaat & Biodiversiteit

Het meerjarig, landelijk onderzoeksprogramma (PPS) Grasvelden, Klimaat & Biodiversiteit is een Privaat-Publieke Samenwerking tussen het ministerie van LNV en een consortium van partijen uit het graszaadbedrijfsleven (Plantum en haar leden DLF, DSV zaden Nederland BV, Barenbrug en Limagrain), de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) en de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF). De uitvoering ligt bij Wageningen University & Research.