Project

Behoud van levende populaties van zeldzame rassen

Het levend bewaren van zeldzame Nederlandse dierrassen (in vivo of in-situ conservering) realiseert drie doelstellingen van het conserveren van genetische diversiteit: 1) het biedt mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuwe agrarische activiteiten en van streekproducten, 2) het levert een bijdrage aan het onderhoud van agro-ecosystemen en 3) het houdt het levende Nederlandse culturele erfgoed zichtbaar.

Ons land kent ongeveer 70 dierrassen die hier ontwikkeld zijn. Op dit moment hebben deze rassen geen plaats meer in de fokprogramma’s van de hoogproductieve rassen waarmee op grote schaal voedsel wordt geproduceerd. De oorspronkelijke rassen, die een belangrijk deel van de genetische variatie binnen hun diersoort vertegenwoordigen, worden op kleine schaal ingezet, in specifieke en vaak extensieve bedrijfsomstandigheden, voor de ontwikkeling van streekproducten, voor natuurbeheer en voor hobby-doeleinden.

Doel

Professioneel levend bewaren van de zeldzame Nederlandse dierrassen

Werkwijze

In internationale monitorings- en informatiesystemen worden gevuld worden en ontsloten voor gebruik. De data worden verzameld in samenwerking met de SZH of komen beschikbaar uit onderzoek (genotypische data). Fokprogramma’s worden uitgewerkt in samenwerking met de rasverenigingen. Software wordt ontwikkeld waarmee fokprogramma’s geïmplementeerd worden.

Resultaten

  • Een actueel overzicht van de grootte en de karakteristieken avn de populaties van Nederlandse zeldzame rassen van landbouwhuisdieren.
  • Een overzicht van de fenotypische en genetische karakterisering van de zeldzame dierrassen.
  • Fokprogramma’s voor zeldzame dierrassen die afgestemd zijn op het gebruik en die de rentabiliteit van het ras verhogen.
  • Software ter ondersteuning van de fokprogramma’s.

Gerealiseerde producten 2019:

  • Voor Nederland zijn in totaal 332 rassen in EFABIS ingevoerd, waarvan in 2019 er 101 van een update van de risicostatus zijn voorzien (runderrassen, varkensrassen, geitenrassen, schapenrassen en een deel van de paardenrassen).
  • De eerste runderen zijn in 2019 bij de stamboeken ingeschreven op basis van de in 2018 geintroduceerde DNA test en er zijn dieren geselecteerd om de referentiepopulaties te optimaliseren.
  • Diverse rasverenigingen zijn geadviseerd over hun fokprogramma en over het behoud van genetische diversiteit binnen het ras (Lakenvelder rund, Brandrode rund, Mergellander schaap, Zwartblesschaap, Nederlands Tuigpaard, Friese stabij en Wetterhoun).
  • Via aanwezigheid op diverse beurzen en presentaties tijdens onder andere fokkersdagen en algemene ledenvergaderingen is kennis overgedragen naar rasorganisaties op het gebied van behoud van genetische diversiteit en het belang van conserveren van materiaal in de genenbank.
  • In samenwerking met de SZH en Slowfood is een succesvolle inspiratiedag georganiseerd: “Ondernemen met Nederlandse rassen en gewassen”.
  • De software voor het monitoren van de genetische diversiteit en het sturingsprogramma voor de evaluatie van genetisch management zijn beide uitgebreid en verbeterd. Ook is er nu een Nederlandse en Engelse handleiding beschikbaar en zijn de programma’s publiek toegankelijk.

    Publicaties