Project

6e AP Werkingscoefficienten

Uitspoeling van stikstof (N) en fosfaat (P) hangt niet alleen van de hoogte van gebruiksnormen af maar ook van wettelijke en werkelijke werkingscoëfficiënten die aan organische meststoffen toegekend worden respectievelijk kunnen worden. Het Zesde Actieprogramma merkt daarom in navolging van de CDM (CDM, 2017b) terecht op dat gebruiksnormen en werkingscoëfficiënten in samenhang geëvalueerd moeten worden (maatregel 5.2.1) om hetzij onnodige milieubelasting, hetzij onnodige opbrengstderving te voorkomen.

Over het algemeen duurt het vele jaren voordat toegediende organisch gebonden N volledig gemineraliseerd is. In aanmerking genomen dat herhaald gebruik van organische mest de regel is en niet de uitzondering, valt te overwegen om bij het vaststellen van NWCs met de nawerking van voordien gegeven organische N rekening te houden en de NWCs in het gebruiksnormenstelsel dienovereenkomstig aan te passen. Omdat de indertijd berekende N-gebruiksnormen voor grasland en maïs, anders dan die voor overige gewassen, afhankelijk zijn van de toegekende NWC aan de doorgaans gebruikte rundveedrijfmest, moet een aanpassing van de NWC van die soort mest bij gras en maïs in samenhang met een aanpassing van gebruiksnormen plaatsvinden.

Dat geldt in beginsel niet of minder voor andere gewassen en andere mestsoorten. Ook dient aandacht gegeven te worden aan de N-werking in relatie tot het aandeel en de in te rekenen werking van weidemest, vaste mesten, dikke fracties en composten. De aanpassingen kunnen plaatsvinden op basis van een bureaustudie. In het kader van die studie moet ook worden verkend wat de gevolgen van zon aanpassing zijn voor opbrengst en milieu als organische meststoffen niet eerder, sinds kort of alleen lang geleden toegediend zijn, dat wil zeggen in situaties waarin nog niet/niet meer op nawerking gerekend mag worden.

Publicaties