Project

AI problematiek vrije uitloopkippen

Uitbraken van laagpathogene vogelgriep (LPAI) zijn een gevaar voor de pluimveesector en blijven daarom op de politieke agenda staan. LPAI uitbraken zijn om verschillende redenen een risico.  

LPAI kan muteren in een hoogpathogene variant, die desastreus is voor de diergezondheid en een risico inhoudt voor de volksgezondheid. Er werd tot voor kort van uitgegaan dat LPAI varianten geen gevaar voor de volksgezondheid waren. Het afgelopen jaar zijn in Azië echter ook LPAI virussen gevonden waar mensen ook ernstig ziek van kunnen worden of zelfs overlijden. Daarnaast geven LPAI uitbraken financiële schade voor de pluimveesector (kosten bestrijding en handelsbeperkingen). Dit zijn allemaal redenen om te proberen het aantal LPAI uitbraken zo veel mogelijk te beperken. De meeste LPAI uitbraken in Nederland worden gevonden op leguitloop bedrijven (7,7 keer zo groot risico op insleep als een legbedrijf waar de kippen binnen worden gehouden). Direct of indirect contact met wilde watervogels (zij zijn het reservoir voor AI virussen) is de meest voor de hand liggende oorzaak. Het is echter niet goed bekend welke wilde vogelsoorten precies betrokken zijn bij de overdracht. Gezien de overeenkomst tussen subtypen, die gevonden worden bij wilde ganzen en pluimvee, verdient deze soortgroep bijzondere aandacht. Bovendien leeft er op dit moment in de sector het idee dat ganzen de vogels zijn, die verantwoordelijk zijn voor de overdracht van LPAI. Ook is niet bekend of er bepaalde vogelsoorten of andere diersoorten fungeren als zogenaamde bridge species; soorten die verantwoordelijk zijn voor de overdracht van het vogelgriepvirus vanuit de wilde watervogelpopulatie naar de kip.

De meeste LPAI uitbraken in Nederland worden gevonden op leguitloop bedrijven. Direct of indirect contact met wilde watervogels (zij zijn het reservoir voor AI virussen) is de meest voor de hand liggende oorzaak. Het is echter niet goed bekend welke wilde vogelsoorten precies betrokken zijn bij de overdracht. Deels daarom is het slechts zeer beperkt mogelijk om goed onderbouwde adviezen te geven over de preventie van vogelgriep introductie op uitloop bedrijven. Zelfs wanneer met preventieve maatregelen bijvoorbeeld maar 50% van de LPAI uitbraken zouden kunnen worden voorkomen, zou het effect daarvan groter zijn dan van de huidige bestrijdingsmaatregelen. Kortom goed onderbouwde adviezen om LPAI introducties te voorkomen zijn in belang van volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn, pluimveesector en overheid. De onderzoeksvragen zijn:

  1. Hoe is de infectiedynamiek van AI in ganzen? Welke AI subtypen vinden we in ganzen en zijn er perioden te ontdekken waarbij er een piek in de aantallen infecties wordt gevonden? En lijken de gevonden LPAI subtypen inderdaad op die we vinden bij pluimvee en passen deze infectiepatronen bij de patronen die we zien op commerciële bedrijven?
  2. Welke (bridge)species zijn verantwoordelijk voor de overdracht van vogelgriep naar pluimvee van uitloop bedrijven en hoe is hun verspreiding over Nederland?
  3. En welke maatregelen ten aanzien van hygiëne en inrichting, die nu al op uitloop bedrijven worden genomen, helpen om vogelgriep te voorkomen?

    Publicaties