Project

Alternatieven voor vergroening GLB

De Europese Commissie stelt voor dat iedere agrariër na 2014 7% van zijn bedrijfsareaal moet bestemmen voor ‘ecological focus areas’ (EFA). Lidstaten hebben de ruimte om met alternatieven voor vergroening te komen. Op voorwaarde dat het resultaat hetzelfde is (equivalentie).

Doelstelling

Het landbouwbeleid in Nederland krijgt gestalte binnen de kaders van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In 2014 start een nieuwe periode van 7 jaar waarin nieuwe of aangepaste doelen gelden. De Europese Commissie stelt voor dat iedere agrariër - om in aanmerking te komen voor inkomensondersteuning - na 2014 een deel van zijn bedrijfsareaal moet bestemmen voor ‘ecological focus areas’ (EFA). Dit dient tenminste 7% van de oppervlakte van het bedrijf te beslaan. Onderhandelingen daarover zijn nu gaande. Lidstaten hebben de ruimte om met alternatieven voor vergroening te komen. Op voorwaarde dat het resultaat hetzelfde is (equivalentie). Doel van dit project is het ontwikkelen van een beoordelingskader om deze equivalentie te meten.

Plan van Aanpak

  • Opstellen conceptueel raamwerk
  • Inventarisatie van de indicatoren ter beoordeling vergroeningsmaatregelen.
  • Analyse bruikbaarheid reeds bestaande indicatoren.
  • Voorbeeld van andere beleidsterreinen: beschrijven van het toepassen van EU-duurzaamheidscriteria voor de certificering van biobrandstoffen.
  • Aanbevelingen voor beoordelingskader, suggesties voor indicatoren.
  • Doorlichten certificaten (SKAL, Friesland Campina, Kringloopcertificaat, Frans voorbeeld, Groenewoud Gas, CONO). Welk doel beogen ze? Welke maatregelen worden toegepast?  Worden indicatoren gebruikt om effecten te meten? Zo ja, welke?

Resultaten

Dit project draagt bij aan de onderhandelingspositie van Nederland in Brussel. Bovendien helpt het de Europese Commissie, bijvoorbeeld bij het opstellen van een uitvoeringsverordening. Er volgt een rapportage en desgewenst een presentatie in Den Haag of Brussel.