Project

Biodiversiteit in stedelijk gebied

De raad van de Europese Unie heeft zich in 2010 ten doel gesteld het biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van ecosystemen in de EU uiterlijk in 2020 te beperken en, voor zover dit haalbaar is, ongedaan te maken. Nederland zelf heeft het doel om in 2020 voor alle in 1982 in Nederland voorkomende soorten de condities voor instandhouding duurzaam aanwezig te hebben.

Doelstelling

Omdat het Rijk verantwoordelijk is voor behoud en duurzaam gebruik van de Nederlandse biodiversiteit als geheel , rijst de vraag welk deel van de ca. 36 duizend Nederlandse soorten eigenlijk ruwweg in stedelijk gebied voorkomt. De hoofddoelen van dit onderzoek zijn daarom:

  • Kwantitatief inzicht verkrijgen in het relatieve belang van het stedelijk gebied voor de totale biodiversiteit in Nederland.
  • Kwantitatief inzicht verkrijgen in het relatieve belang van het stedelijk gebied voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten in Nederland
  • De mogelijkheden verkennen om ook middels geografische analyses kwantitatief en kwalitatief inzicht te verkrijgen in het relatieve voorkomen van Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten in stedelijk gebied in Nederland.

Werkwijze

  • Een beknopte search van internationale literatuur over het belang van de stad voor biodiversiteit ten behoeve van de rapportage.
  • Een beknopte search van nationale bronnen over natuur/soorten in Nederlandse steden ten behoeve van de rapportage.
  • Opstellen definitie stedelijk gebied en te onderscheiden habitats/zones hier binnen (praktisch i.v.m. steekproef en kennisdeskundigen).
  • Het nemen van een representatieve steekproef uit het Nederlands Soortenregister en het op basis van bronnen en deskundigenoordelen nagaan in welke mate de geselecteerde soorten van stedelijk gebied afhankelijk zijn. Zie de methode van Lahr et al. (2005) en Lahr et al. (2007).
  • Idem voor een steekproef van VHR-soorten (of alle VHR-soorten indien het aantal dit toelaat).
  • Beknopte haalbaarheidsanalyse van de mogelijkheden om middels een geografische analyse van verspreidingsgegevens het daadwerkelijke voorkomen van VHR-soorten in Nederland in het stedelijk gebied te analyseren en ruimtelijk inzichtelijk te maken.

Resultaten (Beoogd)

  • Werkdefinitie stedelijk gebied en stedelijke habitats/zones t.b.v. het onderzoek.
  • Percentage biodiversiteit van Nederland dat voor overleving afhankelijk is van het stedelijk gebied, inclusief onzekerheidsmarge.
  • Percentage Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten) in Nederland waarvan het voorkomen in stedelijk gebied van belang is voor/bijdraagt aan een gunstige staat van instandhouding op landelijk niveau, inclusief onzekerheidsmarge.
  • Percentage totale biodiversiteit en VHR-soorten dat daarnaast in de stad wordt waargenomen, maar er respectievelijk niet volledig van afhakelijk is of van belang is voor/ bijdraagt aan een gunstige staat van instandhouding op landelijk niveau.
  • Globale verdeling van deze percentages over habitats/zones binnen het stedelijk gebied (voor zover mogelijk).
  • Vergelijking met gelijksoortige resultaten voor agrarisch gebied en EHS.
  • Discussie a.d.h.v. relevante internationale en nationale literatuur.
  • Beknopte haalbaarheidsanalyse van mogelijkheden om ook middels een geografische analyse het relatieve voorkomen in Nederland van VHR-soorten in het stedelijk gebied te analyseren en ruimtelijk inzichtelijk te maken.

De beoogde resultaten geven niet alleen een beter inzicht in de feitelijke beleidsopgave van EZ t.a.v. de biodiversiteit in de stad, maar leveren waarschijnlijk ook handvatten op voor communicatie over biodiversiteit en voor handelingsperspectieven voor burgers om iets voor biodiversiteit of soorten te doen.

Publicaties