Project

CO2 certificaten

In Juli 2016 heeft de Europese Commissie een voorstel naar buiten gebracht dat de bijdrage behelst van de Land Use, Land Use Change and Forestry (LULUCF) sector in het kaderprogramma van de 2030 Klimaat en Energie doelen. Het kaderprogramma als geheel zet een doel van minus 40% emissies in 2030 voor alle sectoren tezamen als onderdeel van het Parijsakkoord (European Commission 2016a: Regulation 479, UNFCCC 2015). Op 14 mei 2018 heeft de Europese Raad dit voorstel aangenomen In klimaatslim bos- en natuurbeheer gaat het om 3 zaken: 1) mitigatie aspecten van de maatregel, 2) adaptatie van het ecosysteem aan klimaatverandering, 3) behoud en versterking van duurzame productie. Daarbij wordt gekeken naar de hele keten van bos/natuur ecosysteem houtproducten - energie en beschouwt de hele balans inclusief energie en materiaal substitutie. Dit kan dus betekenen dat tijdelijk verlies van CO2 in het ecosysteem gecompenseerd wordt in bijvoorbeeld de bouwsector (verminderd gebruik van beton) of in de energiesector. Het totale effect is van belang.

Het vinden van gebieden voor bos- en natuurcompensatie maar ook voor klimaatbos en klimaatcompensatie verloopt traag en is kostbaar. Naast de concurrentie om ruimte, de hoge grondprijzen en de traagheid van ruimtelijke ordeningsprocessen wordt dit ook veroorzaakt door het versnipperde karakter van compensatieverplichtingen en wensen. Een grootschaligere aanpak moet een besparing geven op overheadkosten en is daarmee kosteneffectiever. Vanuit de bos- en natuurcompensatie verplichtingen zijn initiatieven van de grond gekomen om compensatiepools in te richten; dat wil zeggen dat een voorinvestering wordt gedaan om in een gebied bos en natuur te ontwikkelen voor compensatie. Partijen met een compensatieverplichting kunnen deze compensatie realiseren in een dergelijke pool. Men betaalt de voorinvestering die gemoeid is met het realiseren van de compensatieverplichting en kan vervolgens een compensatieclaim maken met bos of de natuur dat reeds met dat doel is gerealiseerd. Een langdurig en kostbaar zoekproces naar geschikte gronden wordt daarmee voorkomen. Een ander voordeel van deze grootschaligere benadering is dat het relatief gemakkelijker is om een goede landschappelijke inpassing te realiseren.

Het realiseren van klimaatbos wordt belemmerd door dezelfde bovengenoemde factoren voor bos- en natuurcompensatie. Dit onderzoek richt zich op het potentieel om klimaatbos te combineren met compensatiepools voor bos en natuur. Daarnaast wordt onderzocht of het koppelen van vrijwillige  biodiversiteitsbanking aan compensatiepools en klimaatbos toegevoegde waarde heeft. De vraag is of het combineren van deze drie mechanismen synergie creĆ«ert en kan leiden tot een snellere, meer kosteneffectieve en grootschaligere realisatie van bos- en natuuraanleg met een meer optimale functievervulling. Om deze vraag te beantwoorden richt deze studie zich op een paar  casussen van bestaande en zich ontwikkelende compensatiepools. Specifiek wordt gekeken naar de volgende vragen:

  1. Hoe functioneren de pools? SWOT vanuit perspectief vraag en aanbod.
  2. Wat zij mogelijke opties voor opschaling? Leidt het tot een grotere kosteneffectiviteit? Leidt het tot een betere functievervulling in een gebied? Hoe kunnen de specifieke voorwaarden van elk mechanisme worden gecombineerd?
  3. Wat zijn opties en bijbehorende voor- en nadelen van combi met klimaatbos financiering?
  4. Idem biodiversiteitsbanking.

De vragen zullen op een kwalitatieve wijze worden beantwoord door in gesprek te gaan met de betrokkenen van de casussen en een analyse te maken van de voorwaarden voor elk van de mechanismen.

Publicaties