Beheersing Campylobacter in pluimvee

Project

Campylobacter de baas

Campylobacter is de meest voorkomende bacteriële veroorzaker van voedselinfecties in Nederland en kip is daarbij een belangrijke bron van besmetting. In dit project werken Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), Wageningen Livestock Research (WLR), en de pluimveesector (slachterijen en primaire vleeskuikensector) samen om de besmetting met Campylobacter in pluimveevlees terug te dringen en zo het aantal ziektegevallen bij de mens te verlagen.

Voedselveiligheid

Voor zowel het bedrijfsleven als de overheid is voedselveiligheid een belangrijk thema. Campylobacter is een van de meest voorkomende veroorzakers van voedsel gerelateerde infecties bij de mens. De European Food SafetyAuthority (EFSA) heeft geconcludeerd dat 20-30% van de Campylobacterbesmettingen van de mens veroorzaakt wordt door consumptie en/of (onhygiënische) bereiding van pluimveevlees, terwijl 50-80% van de Campylobacterbesmettingen bij de mens veroorzaakt wordt door stammen die uit pluimvee afkomstig zijn. Daaruit volgt dat meer dan de helft van de Campylobacterbesmettingen bij de mens die te wijten zijn aan pluimveestammen, via andere transmissieroutes dan pluimveevlees bij de mens terecht komen. Dergelijke routes zijn bijvoorbeeld contact met pluimvee, via insecten of oppervlaktewater.

Verlagen Campylobacterbesmettingen

De overheid en de pluimveesector (NEPLUVI, NVP, LTO-NOP) financieren sinds 2015 onderzoek waarin de primaire vleeskuikensectoren en slachterijen, samen met onderzoeksinstellingen WBVR en WLR, aan de slag gaan om de besmetting met Campylobacter terug te dringen. Dit gebeurt in een zogenaamde PPS (Publiek Private Samenwerking) onder het Topsectorenbeleid van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV). Doel van deze PPS ’Beheersing van Campylobacter in de pluimveesector’ is om het aandeel Campylobacterpositief pluimvee(vlees) te reduceren, met als einddoel om het aantal humane Campylobacterbesmettingen te verlagen.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Campylobacter lastig te bestrijden

In de praktijk blijkt het lastig te zijn om Campylobacter te bestrijden. Aangezien Campylobacter een “multi-hurdle approach” vereist, wordt op meerdere onderzoekslijnen ingezet die betrekking hebben op de gehele keten. Uitgangspunt is steeds dat wordt gelet op effectiviteit en inpasbaarheid op praktijkschaal in Nederland. Gezegd moet worden dat - ondanks de moeilijkheid van het verminderen van het aantal Campylobacter besmette koppels - door jarenlange inspanningen van de vleeskuikensector het percentage pluimveevlees met relatief hoge waardes de afgelopen decennia structureel is gedaald.

In een eerste PPS (2015-2019) zijn reeds diverse onderwerpen aan bod gekomen. In 2019 is opnieuw een vierjarig onderzoekstraject ingegaan met dezelfde partners.

Onderzoekslijnen 2019-2022

Monitoring slachterijen

Sinds 2009 monitoren Nederlandse slachthuizen structureel bij door hen geslachte koppels op Campylobacter. Dit monitoringsprogramma wordt gecoördineerd door NEPLUVI. De resultaten worden in deze PPS ingezet en geven inzicht in het verloop in de tijd van het percentage besmette pluimveekoppels en de besmettingsniveaus op pluimveevlees.

Monitoring pluimveebedrijven

Campylobacterbesmetting van een koppel vleeskuikens gebeurt door introductie van Campylobacter vanuit de omgeving (o.a. via menselijk handelen, werktuig, plaagdieren, insecten). Dit betekent dat het nemen van goede hygiëne-maatregelen wordt beschouwd als een van de belangrijkste interventiemaatregelen om te voorkomen dat een koppel wordt besmet met Campylobacter. Het belang van een goede biosecurity geldt uiteraard niet alleen voor Campylobacter, maar ook voor andere infectieuze ziektes, zoals Aviaire Influenza (AI) en Salmonella. Toch is dit verband voor veel pluimveehouders mogelijk niet altijd even duidelijk. Daarom is het belangrijk om een verband aan te tonen tussen de biosecurity status van pluimveebedrijven en het percentage Campylobacterpositieve koppels dat wordt afgeleverd.

Een eerste vereiste is daarbij een goede methode om de biosecurity status van een bedrijf te meten. Specifiek voor Campylobacter is in voorgaande jaren het zogenaamde ‘Campas’ ontwikkeld. Deze is afgeleid van de landelijk ingevoerde IKB hygiënescan, maar op een aantal punten toegespitst op het risico van introductie van Campylobacter op een bedrijf. Een ander verschil is dat de IKB hygiënescan door de pluimveehouder zelf wordt ingevuld, terwijl dit voor het Campas wordt gedaan samen met een onafhankelijke persoon (bedrijfsdierenarts of onderzoeker) om de score zo objectief mogelijk te laten zijn. Een vergelijkbare aanpak wordt momenteel in andere projecten gebruikt voor andere pathogenen, zoals AI of meer endemische infectieziekten in het EU project Healthy Livestock. Samenwerking met dergelijke initiatieven wordt nagestreefd om de aanpak en de hygiënescan zoveel mogelijk te harmoniseren.

Om inzicht te krijgen in de transmissieroutes van Campylobacter op vleeskuikenbedrijven wordt in deze PPS een twintigtal pluimveebedrijven intensief gemonitord. Dankzij de actieve inbreng van deze pluimveehouders willen we meer inzicht krijgen in de relatieve bijdrage van de diverse insleep-routes onder Nederlandse omstandigheden, zodat deze kunnen worden vertaald naar praktisch toepasbare adviezen voor interventies. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van kennis uit de literatuur, uit eerdere internationale onderzoeken (bv het Camcon-project) en van ervaringen in deze PPS . De effectiviteit van de genomen maatregelen zal worden getoetst op grond van de monitoringsdata en geschikte maatregelen zullen breder worden uitgerold.

Nudging

Bij Campylobacterbestrijding spelen menselijke factoren een belangrijke rol (bedachte maatregelen/ procedures moeten consequent en op een juiste manier worden uitgevoerd om effect te hebben). Een voorwaarde is dat pluimveehouders zich voldoende bewust zijn van het belang van consequent toepassen van hygiënemaatregelen. In het kader daarvan is in 2019 een voorlichtingsfilmpje (zie bovenaan de pagina) gemaakt waarin kort en krachtig uiteen wordt gezet hoe gemakkelijk insleep van bacteriën en virussen in een pluimveestal kan gebeuren. In deze onderzoekslijn zullen ook inzichten uit de sociale wetenschappen toegepast worden. Inzet van zogenaamde nudging (een subtiel duwtje in de goede richting, zonder hierbij vrijheden in te perken of verplichtingen op te leggen) is een mogelijkheid om het gewenste gedrag te vergemakkelijken en te bevorderen. Voorbeelden zijn het gebruik van gekleurde laarzen, kleding en materialen, waarbij iedere stal zijn eigen kleur heeft. Het consequent toepassen van stal-specifieke materialen voorkomt besmetting tussen stallen. Ook het in kaart brengen van risicozones op het erf kan helpen bij het voorkomen van insleep via mensen en materialen.

Risico’s rondom uitladen

Uit literatuur en praktijkervaring blijkt dat na uitladen (het slachten van een deel van een koppel) mogelijk een verhoogd risico bestaat op Campylobacterbesmetting in het resterend deel van de dieren, dat nog een aantal dagen langer wordt gehouden. Onduidelijk is in welke mate het leeftijdseffect hieraan bijdraagt en/of overige variabelen hierop van invloed zijn. Gezien het economisch belang van uitladen is het relevant om het proces rondom tussentijds uitladen en de risico’s daarbij beter in beeld te krijgen, om te kunnen bepalen welke maatregelen de kans op besmetting kunnen verminderen. In 2019 is gekeken in hoeverre er nog kweekbare (dus levende) Campylobacters op containers aanwezig kunnen zijn. Behalve de bemonsteringen van containers vóór het laden van kuikens door pluimveehouders zijn er ook op een slachthuis monsters genomen van containers voor en na het proces van wassen en desinfectie. Uit de resultaten blijkt dat er nog steeds (levende) Campylobacters aanwezig kunnen zijn op kratten en containers op het moment dat deze worden gebruikt bij het laden. In hoeverre gebruik van dergelijke materialen tijdens uitladen van kuikens een besmetting in de stal bij de resterende dieren teweeg zou kunnen brengen, is echter niet te zeggen op basis van deze resultaten en vraagt om aanvullend onderzoek. Tegelijkertijd zal worden gekeken naar mogelijkheden om het reiniging- en desinfectieproces van containers te verbeteren, met als doel om de kans op besmetting te minimaliseren.

Water/omgeving

Een belangrijk deel van de Campylobacter besmettingen van de mens wordt veroorzaakt door stammen die uit pluimvee afkomstig zijn, maar die via andere transmissieroutes dan pluimveevlees bij de mens terecht komen. Een mogelijke route is via oppervlaktewater. In slachterijen worden grote hoeveelheden water gebruikt, die grotendeels via riool(zuivering) worden afgevoerd. Ook op pluimveebedrijven zelf is water dat wordt gebruikt voor de reiniging van de stallen een mogelijke besmettingsbron van omgeving/oppervlaktewater. Onbekend is in hoeverre hierbij verspreiding van Campylobacter naar de omgeving kan optreden. In deze onderzoekslijn wordt onderzocht of de huidige processen afdoende zijn om verspreiding van Campylobacter (en andere pathogenen) naar de omgeving te voorkomen.

Verschillen tussen de vleeskuikenconcepten

Een onverwachte bevinding in eerdere onderzoeken is dat in vergelijking tot reguliere koppels Campylobacterbesmettingen bij tragere groeiers (de ‘kip van morgen’) gemiddeld genomen op latere leeftijd plaatsvinden en dat koppels tragere groeiers op slachtleeftijd iets minder vaak Campylobacter positief zijn. Dit is opvallend, aangezien leeftijd een sterke risicofactor is en tragere groeiers enkele weken later worden geslacht dan reguliere kippen (iedere dag dat een dier langer leeft is er een extra kans op insleep). Door middel van gegevens uit de monitoring wordt nader gekeken naar verschillen (bijv. management, genetische gevoeligheid, microbioom) die hierbij een rol kunnen spelen. Daarnaast kunnen mogelijk experimentele infectieproeven en/of praktijkproeven aanvullende informatie geven over eventuele relaties tussen de pluimveetypes, zoals de bezettingsdichtheid of welzijnsfactoren, en een eventuele relatie met gevoeligheid voor kolonisatie met Campylobacter. Resultaten kunnen aanknopingspunten bieden voor interventiemaatregelen op het primaire bedrijf.

Nieuwe/slimme technologieën voor snelle detectie van Campylobacter

In alle onderdelen van de keten is het van cruciaal belang om snel Campylobacter te kunnen detecteren. Wanneer pluimvee wordt besmet met Campylobacter geeft dit geen zichtbare verschijnselen bij de dieren, waardoor het voor een pluimveehouder onmogelijk is om te weten of zijn dieren met Campylobacter zijn besmet. Snelle detectie geeft de pluimveehouder mogelijk meer inzicht in insleep-routes op zijn bedrijf (met mogelijkheden om effectieve interventiemaatregelen te treffen). Binnen dit project wordt onderzocht of (profielen van) vluchtige stoffen die worden geproduceerd door Campylobacter kunnen worden gebruikt voor een snelle detectie.