mais

Project

Classificatie driftreducerende technieken i.k.v. NL en EU toelating

De in het toelatingsbeleid gebruikte driftreductiecurven voor de driftreductieklassen 75 en 90 bij neerwaartse bespuitingen zijn nog onvoldoende onderbouwd voor de huidige toepassingen in de volveldsteelten. Onderbouwing van deze driftklassen is noodzakelijk voor het toelatingsbeleid en voor internationale erkenning van deze klassen en het aangeven van klassegrenzen voor een generieke systematiek voor indeling van driftreducerende technieken en/of maatregelen.

Doelstellingen project

Onderbouwen van de driftcurve (matrix depositie – afstand) die hoort bij de neerwaartse gewas bespuiting met de driftreductieklassen 75% en 90% voor het bepalen van klassegrenzen voor de systematiek voor indeling driftbeperkende maatregelen, gebruik in het toelatingsbeleid en internationale erkenning van de bijbehorende driftreductie.
Ontwikkeling van een generieke systematiek om technieken en methoden eenduidig in te delen naar klassen van drift- of emissiereductie. Inbreng en van de systematiekontwikkeling voor de toelating(NL en EU).

Aanpak en tijdspad

De dopselectie wordt gebaseerd op uitkomsten van de in 2011-2012 uitgevoerde metingen voor validatie modelberekeningen. De metingen worden uitgevoerd in een beperkt aantal herhalingen (5) volgens vastgesteld meetprotocol met een vergelijking met een standaard veldspuit (referentie). Bespuitingen vinden plaats in een gewas aardappelen in de periode juni – september 2013. Resultaten worden in een korte rapportage samengevat en ingebracht in het harmonisatietraject en toegepast bij de ontwikkeling van een systematiek voor indeling van driftreductiemaatregelen.
In de verschillende teelten worden technieken of methoden toegepast om de drift of emissie te reduceren. Voor deze methoden en technieken wordt een systematiek ontwikkeld om ze in te delen in DRT klassen. De systematiek wordt in eerste instantie uitgewerkt voor neerwaartse bespuitingen met als uitgangspunt de reductie van de depositie op oppervlaktewater. De systematiek wordt opgebouwd aan de hand van klassegrenzen (DRT 50, 75, 90%, 95% reductie); hierbij worden de onderbouwde driftcurven ( zie hierboven) voor de kale grond en gewassituatie als referentie klassegrenzen meegenomen. Resultaten en aanpak worden rechtstreeks meegenomen binnen de harmonisatie en de ontwikkeling van het NL toelatingsinstrumentarium blootstelling oppervlaktewater (BTG3).

Resultaten (beoogd)

  • Onderbouwing van de driftcurve (matrix depositie – afstand) die hoort bij de neerwaartse gewas bespuiting met de driftreductieklassen 75% en 90%.
  • Rapportage driftreductieklassen 75 en 90 en bijbehorende kantdoppen bij gewas en kale grond bespuitingen.
  • Systematiek om technieken en methoden eenduidig in te delen naar klassen van drift- of emissiereductie voor de neerwaartse bespuitingen. Inbreng van de ontwikkeling van de systematiek in internationale uitwisseling (harmonisatie), de ontwikkeling van het NL toelatingsinstrumentarium blootstelling oppervlaktewater (BTG3) en de toelating.