Project

Cockle mortality and growth

Ieder voorjaar maakt WMR een schatting van het kokkelbestand in de Nederlandse kustwateren. De bestandsopname in het voorjaar wordt geextrapoleerd naar het geschatte bestand op 1 september, welke wordt gebruikt als basis voor het visserij quotum. Hierbij wordt gerekend met aangenomen waarden voor groei en sterfte gedurende de zomer. Deze waarden zijn vastgesteld middels onderzoek in de periode 1992-2000 in de Oosterschelde en Westerschelde (Kamermans et al. 2004).

Na de uitzonderlijk hete zomer van 2018 bleek de zomersterfte voor 2018 te zijn onderschat wat resulteerde in een te hoge schatting van het bestand in september. Dit zou consequenties kunnen hebben voor scholeksters indien het visserij quotum niet naar beneden bijgesteld zou worden. Dergelijke extreme zomers kunnen we vaker verwachten als gevolg van klimaatverandering. Omdat de huidige groei en sterfte mogelijk al afwijken van de waarden die in de periode 1992-2000 zijn vastgesteld, en om in te kunnen schatten hoe klimaatverandering-bestendig de bestandsschatting voor september is, wordt voorgesteld om opnieuw groei en sterfte gedurende de zomermaanden te onderzoeken voor kokkels in de Waddenzee, Oosterscheld en Westerschelde.

Driejarig programma

We willen dezelfde techniek gebruiken als in de periode 1992-2000 om direct te kunnen vergelijken. Nieuw is toevoeging van de Waddenzee, welke voor het eerst mogelijk maakt om te onderzoeken of er consequente verschillen zijn in groei, overleving en aanwas tussen Waddenzee en deltawateren. Of de resultaten leiden tot een aanpassing van de extrapolatie zal binnen WOT Schelpdieren worden vastgesteld. Omdat observaties over meerdere jaren nodig zijn wordt een driejarig programma voorgesteld (zo kan ook wintersterfte bepaald worden) waarbij ieder individueel jaar al een waardevolle toevoeging aan de bestaande dataset is.

Publicaties