Project

DaCip

Buiten Nederland komen in pluimvee zowel de zoönotische Chlamydia-soort C. psittaci voor als de (vermoedelijk) niet-zoönotische soort C. gallinacea, waarbij de zoönotische soort vooral voor lijkt te komen bij eenden.

Het is niet bekend wat de situatie in Nederland is, maar uit een eerder project zijn aanwijzingen gekomen dat in veel typen Nederlands pluimvee antilichamen tegen Chlamydias veelvuldig voor­komen, zonder dat vastgesteld kon worden welke Chlamydia-soorten het betreft. Het doel van dit project is om onderscheidende serologie voor Chlamydias in pluimvee op te zetten in de vorm van multiplex peptiden-serologie. De ingrediënten hiervoor zijn inmiddels allemaal beschikbaar: i) literatuur over een uitgebreide set soort-specifieke Chlamydia-antigenen in de vorm van peptiden (kleine synthetische eiwitten), ii) een set reactieve eiwitten uit een voorgaand WOT-project, iii) een technisch platform waarin kippensera geen achter­grond geven (Luminex), en iv) een uitgebreide set pluimvee­sera geschikt voor evaluatie-doeleinden.

Met een soort-onderscheidende test voor Chlamydia-antilichamen in sera van vogels kan onderzocht worden welke Chlamydia-soorten aanwezig zijn (geweest) in een dier of populatie. Een dergelijke test kan worden gebruikt in onderzoeksprojecten en voor monitoring van pluimvee. De expertise kan ingezet worden voor de ontwikkeling van een breed scala aan nieuwe serologische multiplex testen.

Publicaties