Project

Diervriendelijke euthanasiemethoden voor wrakke dieren

Soms worden dieren niet gedood voor vleesconsumptie, maar omdat deze dieren 'wrak’ zijn. Hun dierenwelzijn is dan zodanig laag, dat euthanasie dan eigenlijk de beste optie is. Livestock Research onderzoekt welke alternatieven er zijn om deze wrakke dieren op primaire bedrijven te doden.

Doelstelling

Dit project heeft als doel alternatieve dodingsmethoden te onderzoeken en eventueel te ontwikkelen voor toepassing bij (wrakke) dieren op het primaire bedrijf. Het gaat hierbij om het doden van dieren uit welzijnsoogpunt en niet voor de productie van vlees of overige dierlijke producten. De dodingsmethode dient te voldoen aan de eerder hierboven gestelde voorwaarden

Plan van Aanpak

Voorwaarde voor alternatieve dodingsmethoden is dat zij voldoen aan het huidige Besluit doden van dieren én de voorwaarden zoals die in de nog niet van kracht zijnde Wet Dieren beschreven staan: bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, angst of lijden bespaard.

Naast dierenwelzijn zijn veiligheid (van de veehouder) en praktische uitvoerbaarheid belangrijke aspecten. , met name biggen, kalkoenenhanen, lammeren en geitenbokjes

Na een literatuuronderzoek en inventarisatie in omringende landen worden bevindingen besproken. Een keuze voor diersoort en het dodingsalternatief wordne gemaakt.

Vervolgens worden de alternatieven ontwikkeld en getest. Daarna vindt praktijkonderzoek met eventuele al bestaande alternatieven plaats.

Beoogde resultaten

De exacte invulling van het project wordt bepaald door de bevindingen in de opeenvolgende fasen. Daarmee worden ook de resultaten en producten daarvan afhankelijk. Op voorhand kan ingeschat worden dat de resultaten/producten zullen bestaan uit:

  • Literatuuronderzoek naar beschikbare alternatieven (biggen, kalkoenen, schapen- en geitenlammeren)
  • Inventarisatie in omringende landen die ook aan de Verordening moeten voldoen en van de welzijnseffecten van deze methoden (bv. via DEFRA)
  • Een pre-ontwerp van 1 of 2 alternatieven (in samenwerking met de sector)
  • Het (welzijns)effect van de verkozen alternatieven, zoals dierexperimenteel vastgesteld
  • Praktische toepasbaarheid van bestaande alternatieven (indien er nu al praktijkrijpe methoden bestaan), zoals vastgesteld in een praktijkproef.