Project

Dietary transitions among urbanizing consumers

Voorspelling is dat in 2050 het percentage van de wereldbevolking dat in stedelijke gebieden woont met 54% is gestegen ten opzichte van 2014 (UN 2014). Dit betekent zon twee derde van de gehele wereldbevolking. Samen met economische groei betekent deze trend dat er grote veranderingen gaan plaatsvinden in de voedselvraag met uiteraard consequenties voor de agrarische productie.

De grootste verstedelijking vindt plaats in de continenten Azië en Afrika waarbij China en India meer dan eenderde van de groei op hun conto kunnen gaan schrijven. Veranderingen in diëten en voedingsconsumptiepatronen van stedelijke bevolking ten opzichte van de rurale bevolking impliceert dat grootschalige urbanisatie significante impact op de agrarische sector zal hebben. Te denken valt aan lagere uitgaven aan basisvoeding en juist meer aan producten als groenten en fruit, vlees en zuivel en ander verwerkte voeding. Naast de effecten van urbanisatie op het consumptiepatroon, zijn er effecten aan de productiekant: de agrarische arbeidsmarkt zal veranderen omdat veel mensen van het platteland naar de steden trekken.

Wij zullen de impact analyseren van genoemde trends in urbanisatie waarbij de focus gelegd wordt op: landbouw in China, India en Ghana over de periode van 2010 tot 2030. Hiervan wordt gebruik gemaakt van het MAGNET (Modular Applied GeNeral Equilibrium Tool) model. MAGNEt is een recursief dynamisch, multi-sectoraal en multi-regionaal model dat ontwikkeld is op basis van een standaard model (GTAP, hertel 1997). Het model bevat een recent ontwikkelde module op huishoudniveau welke gebaseerd is op het MyGTAP model (Walmsley and Minor, 2013) en een voedingswaarde module gerelateerd aan consumptie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens in urbane en rurale gebieden.

Er zullen verschillende scenarios uitgetekend worden; een nulmeting wordt naast een scenario met een hoge urbanisatiegraad gelegd. De voorlopige resultaten tonen aan dat hogere inkomens in stedelijke gebieden de vraag naar voedsel in alle categorieën een sterke impuls geven. De grootste stijging van uitgaven is te zien in de producten vlees en vis, zuivel en verwerkt voedsel. De grootste stijging is te zien in India gevolgd door China en Ghana. Een daling in inkomen in de rurale gebieden leidt tot een daling in consumptie van alle voedselproducten met de grootste daling in basisvoeding en fruit, groenten en andere gewassen.

Veranderingen in consumptie en het aanbod van arbeid als gevolg van urbanisatie leiden tot een krimp in de landbouwsector. Deze structurele verandering  gaat gepaard met veranderingen in de industrie en dienstensector. De veranderingen spelen zich wel verschillend af in de drie genoemde landen. India zit een sterke daling in de agrarische sector gepaard met een groei in de industriële sector waarbij China een daling in de agrarische sector laat zien die juist gepaard gaat met een krimp in de industriële sector maar een uitbreiding in de dienstensector. In Ghana is er weer een andere trend te zien: daar groeien zowel de industriële als de dienstensectoren als de landbouwsector krimpt.  

Publicaties