Project

ESBL's, ontwikkeling in broilers

Uit eerder onderzoek blijkt dat koppels vleeskuikens al op de 2e dag voor 75% positief kunnen zijn voor ESBL producerende E. colis.

Bij de introductie van ESBLs in deze koppels kunnen verschillende routes een rol spelen:

  1. Verticaal; het is aangetoond dat er overdracht plaats kan vinden van ouderdieren naar vleeskuikens.
  2. Broederij; echter, de eerste resultaten van een veldexperiment laten zien dat er geen grote verschillen in ESBL prevalenties zijn tussen groepen vleeskuikens die werden uitgebroed in de stal en groepen vleeskuikens die werden uitgebroed in de broederij.
  3. Pluimveebedrijf; het is niet duidelijk wat de bijdrage van het pluimveebedrijf zelf is m.b.t. het voorkomen van ESBLs. Experimentele data laten zien dat hoog positieve koppels opgevolgd kunnen worden door ESBL vrije koppels en vice versa in dezelfde stal.

Tot nu toe is er met name onderzoek gedaan naar de externe factoren die mogelijk van invloed kunnen zijn op het voorkomen van ESBLs bij vleeskuikens. Het blijkt echter dat de dynamiek van ESBLs een complex geheel is, waarbij alle factoren meegenomen moeten worden. Daarom is de voor de hand liggende volgende stap het bestuderen van de dynamiek van ESBLs in de darm van jonge vleeskuikens.

Vraagstelling

De vragen die hierbij worden gesteld zijn de volgende: wanneer in de ontwikkeling van de darm van jonge vleeskuikens verschijnen de ESBLs en wat is vervolgens de invloed van de ESBLs op de ontwikkeling van het microbioom en het resistoom in de darm.

Resultaten

De resultaten van dit pilot project zullen helpen om meer inzicht te krijgen in de mechanismen die leiden tot ESBL besmettingen van koppels vleeskuikens. Verder zal dit de basis kunnen vormen van uitgebreidere studies waaronder interventie studies.

Publicaties