Project

Ecosysteemdiensten door (wilde) bestuivers

De samenleving profiteert van de natuur via zogenaamde ecosysteemdiensten die geleverd worden door wilde soorten planten en dieren. Tot dusver was het concept ecosysteemdienst vooral kwalitatief en conceptueel uitgewerkt. Met name in Nederland zijn buitengewoon weinig kwantitatieve cijfers beschikbaar over de relatie tussen het voorkomen van wilde soorten en de diensten die ze leveren. Dit gebrek aan harde feiten dreigt afbreuk te doen aan het concept van ecosysteemdiensten.

Doelstelling

De bestuiving van (insect-bestoven) landbouwgewassen door wilde insecten zoals bijen en zweefvliegen is een goed voorbeeld van een ecosysteemdienst. De bijdrage van wilde bestuivers aan de landbouwkundige productie en het bedrijfsinkomen kan ook relatief eenvoudig worden gekwantificeerd. Het doel van dit project is daarom een ‘proof-of-concept’ te leveren van het economisch belang van ecosysteemdiensten, en daarmee van biodiversiteit. Binnen het project is daartoe de landbouwkundige en economische bijdrage van zowel gedomesticeerde bijen (honingbijen en/of aardhommels) en wilde bestuivende soorten, in de productie van een viertal in Nederland economisch zeer relevante fruitgewassen: de appel (ras: Elstar), de peer (ras: Conference), de blauwe bes (rassen Duke en Liberty) en de aardbei (ras: Elsanta).

Resultaten

Voor alle vier gewassen leverde het project een empirisch verkregen kwantitatieve schatting van het economisch belang van bestuivers, en wilde bestuivers in het bijzonder. De bijdrage van wilde bestuivers betreft een substantieel percentage van de totale productiewaarde en netto winst. De economische waarde van wilde bestuivers verschil per gewas en per jaar, maar kan oplopen tot meer dan tienduizend euro per hectare. Afhankelijk van het gewas bedraagt de economische waarde van wilde bestuivers op landelijke schaal daarmee honderdduizenden tot miljoenen euro’s.
De resultaten bieden tevens concrete inzichten in de wijze waarop verschillende typen bestuivers bijdragen, welke typen bestuivers het meest bijdragen, en hoe deze typen te bevorderen zijn. Deze resultaten werden vergeleken met eerder buitenlands onderzoek, om tot concrete aanbevelingen te komen hoe telers, via bevordering van wilde bestuivers, de kwaliteit van hun vruchten kunnen verbeteren.
De resultaten zijn beschreven in een tweetal rapporten: de resultaten van het onderzoek aan appel en blauwe bes zijn beschreven in Alterra-rapport (De Groot et al. 2015). De resultaten van het onderzoek aan peer en aardbei worden gepubliceerd middels een Alterra-rapport te verschijnen in voorjaar 2016.

    Publicaties