Project

Evaluatie van maatregelen voor het vastleggen van koolstof in minerale gronden 2019-2023

Pilots en demonstraties in pilots Lange Termijn Experimenten Volgen Lange Termijn Experimenten met parameterisatie Tabel Lesschen en praktijktool en rekenmodellen.

De kennis en data over de potentie voor bodemkoolstofvastlegging door verschillende bodemmaatregelen zijn slechts beperkt beschikbaar, zeker daar waar het gaat om de Nederlandse condities. Om vast te stellen in welke mate bodemmaatregelen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de koolstofvastlegging in de bodem, is het nuttig deze bijdrage te bepalen aan de hand van lopende onderzoektrajecten en deze aan te vullen, daar waar de relevante informatie ontbreekt. Zo komt voor de praktijk onderbouwde informatie beschikbaar.

Zo kan - ten behoeve van de effectiviteit van te nemen maatregelen - de klimaatwinst van verschillende bodemmaatregelen beter worden ingeschat. Daarmee komt de daadwerkelijke bijdrage van maatregelen aan de reductiedoelstelling van 0,5 Mton COi-equivalenten - door slim landgebruik - consistent in beeld.

Literatuur

Uit de literatuur blijkt dat niet kerende grondbewerking (NKG), samen met niet-scheuren van grasland en toevoegen van compost zeer potentierijke maatregelen zijn als het gaat om de potentiële vastlegging van koolstof.

Tegelijkertijd kunnen niet alle maatregelen op elke Nederlandse hectare worden geïmplementeerd. Dit beperkt het maximale potentieel per maatregel.

Om vervolgens tot het maximale potentieel in Kton COJ/jaar te komen is het potentieel per hectare vermenigvuldigd met het areaal landbouwgrond in Nederland, welke is gebaseerd op data van de BRP uit 2007. Hiervoor is een gemiddeld areaal genomen van 782.244 ha. Voor de maatregelen niet scheuren grasland en kruidenrijk grasland is het areaal tijdelijk grasland aangehouden, welke uitkomt op 197992 ha. Het maximale potentieel geeft echter niet een realistisch cijfer over wat er in Nederland mogelijk is aan koolstofvastlegging. Maatregelen kunnen niet altijd op iedere hectare grond worden toegepast. Om hier rekening mee te houden wordt het maximale potentieel vermenigvuldigd met een geschat implementatie percentage, waaruit een realistische jaarlijkse COi-vastlegging ontstaat.

Resultaten metingen in 2018

In 2018 is een begin gemaakt door de effecten van een aantal landbouwkundige maatregelen op de koolstof-vastlegging te bepalen in Lange termijn Experimenten (LTE's). Dit is gedaan door de bodemvoorraad te bepalen met behulp van fysieke bodemmetingen, in behandelingen waarbij de maatregel gedurende meerdere jaren wel en niet was toegepast.

De maatregel: 'aanpassingen in het bouwplan' kan vele vormen hebben, en is in de LTE's vooral ingevuld met een extensievere, ruimere vruchtwisseling in vergelijking met een intensievere. Het potentieel van deze maatregel lijkt groot, in sommige gevallen zelfs veel groter dan de waarden uit de literatuur, echter er zit veel variatie in de resultaten van verschillende behandelingen en de richting van het effect: een extensievere rotatie leidde in het ene geval tot extra C­-vastlegging en in de andere vergelijking juist tot minder C-vastlegging. De LTE's lat en zien dat dit voor een deel te wijten is aan het gewas in het jaar dat is gemeten. Deze maatregel verdient zeker verdere analyse en verdieping.

Niet kerende grondbewerking (NKG) als maatregel had in de Nederlandse LTE's waarin dit gemeten werd geen aantoonbaar positief effect op de C-vastlegging in de bodem. Een uitzondering vormde een NKG bewerking in de Veenkoloniën (niet significant) en na scheuren van grasland. Dit is niet in overeenstemming sommige buitenlandse literatuurstudies en daar kunnen verschillende redenen voor zijn die te maken hebben met de Nederlandse condities. Te denken valt aan de intensiteit van de NKG onder Nederlandse condities vergeleken met het buitenland. Nederland kent intensievere bouwplannen met gewassen waarbij zaaibed bereiding nodig blijft zoals ui. Of aardappelen die op ruggen worden geteeld. Wel is er in Nederland sprake van een tendens naar minder diep ploegen. Deze maatregel verdient een nadere analyse vanuit de bestaande experimenten waarbij ook de historische ontwikkeling in organische stof wordt meegenomen in de analyse.

Organische stof

Organische stof input van vaste mest op klei en deels van compost op zand, gaven in de LTE's in een enkel geval een toenme van de C-vastlegging. Voor klei was dit wat lager dan in de literatuur. Dit komt door toepassing conform de wettelijke bepalingen. Op zandgrond gaf een grotere (buitenwettelijke) hoeveelheid compost ook een grotere toename in C-vastlegging, meer dan beschreven in de literatuur. Dit laat de potentie van deze maatregel zien. Echter, het is mogelijk dat deze maatregel op zand leidt tot ongewenste extra uit spoeling- of gasvormige emissies. Daarnaast lijkt de ruimte om deze maatregel nog verder te implementeren beperkt. Dit heeft te maken met de wettelijke bemestingsruimte die extra mesttoediening op veel percelen onmogelijk maakt. Bij compost is de algehele beschikbaarheid van het materiaal nu beperkt, al is dit deels veroorzaakt doordat het inputmateriaal van GFT nog te verontreinigd is.

Voor de veehouderij had leeftijd van grasland voor graslanden op kleigrond een groot effect op de C-vastlegging in de bodem: de verhoging in C was hoger dan de waarden beschreven in de literatuur. Voor zandgrond zien we een sterke toename van de C-vastlegging in de laag 0-10 cm, ook hoger dan de literatuur laat zien in deze bodemlaag. Echter, bekijken we de laag 0-3 0 cm, dan is voor grasland op zandgrond de toename wat lager en deze lijkt in mindere mate aanwezig bij graslanden ouder dan 10 jaar. Deze maatregel verdient door zijn grote potentiële bijdrage zeker verdere analyse en verdieping.

Bij grondbewerking in mais na scheuren van meerjarig grasland tenslotte, zien we op zowel klei als zand dat door de in zet van woelen in plaats van ploegen meer koolstof behouden blijft. Waarschijnlijk veroorzaakt door een verschil in uitgangssituatie zien we dat de extra C-vastlegging door deze maatregel in klei aanzienlijk is, maar wat kleiner dan beschreven in de literatuur, en op zand juist wat groter dan beschreven in de literatuur.

Te onderzoeken maatregelen

Het is belangrijk om een aantal van de bovenstaande maatregelen nader te onderzoeken waar de onzekerheden nog groot zijn en om ook de overige - nog niet specifiek op de Nederlandse condities onderzochte - maatregelen in de komende jaren mee te nemen zoals voor de maatregelen vanggewas/groenbemester, achterlaten gewasresten, akkerrandenbeheer, en kruidenrijk grasland waar nog geen geschikte publicaties voor gevonden zijn.

Daarmee komen de te onderzoeken maatregelen op:

  • Verdere analyse van NKG als maatregel in bouwland
  • Uitstel van het scheuren van grasland
  • Aanpassingen in het bouwplan (akkerbouw), groenbemesters en gewasresten
  • Compost en dierlijke mest akkerbouw
  • Compost en dierlijke mest veehouderij

Publicaties