Fokzeugen in opleiding

Project

Fokzeugen in opleiding

Opfokgelten vormen het fundament voor een sociale en goede zeugenstapel. Echter, de aandacht voor deze categorie dieren is op het zeugenbedrijf zeer beperkt. Vanaf 2013 is groepshuisvesting van zeugen tijdens de dracht verplicht vanaf vier dagen na inseminatie tot de inleg in het kraamhok een week voor het werpen.

Een deel van de zeugenhouders maakt melding van meer of minder ernstige problemen met zeugen in groepshuisvesting, deze vinden hun oorzaak voor een deel in de opfokzeugen die moeite hebben met het voerstation. Daarnaast is de biggensterfte in de kraamstal in 2015 gestegen ten opzichte van voorgaande jaren, wat voor een deel veroorzaakt wordt door het doodbijten en doodliggen van biggen door jonge, onervaren zeugen.

Een van de succesfactoren van groepshuisvesting en vermindering van biggensterfte is een goede opfok en socialisering van de opfokzeugen en daarmee minder stress voor de dieren. Door opfokzeugen al tijdens het opgroeien in een sociale groep met oudere zeugen mee te laten draaien en ze op niet kritieke momenten op een positieve manier te laten wennen aan het voerstation, individuele huisvesting en de activiteit van biggen, wordt de basis gelegd voor een sociale moeder met een lange productieve levensduur.

State of the art

Varley and Stedman (1993) lieten zien dat gelten die voorafgaand aan het werpen in een andere omgeving (i.e. de kraambox) worden geplaatst, meer biggen doodbijten of doodliggen dan gelten die tijdens de kraamfase en tijdens de dracht in een vergelijkbare omgeving worden gehouden. Deze verschillen lijken te wijten aan verschil in moedergedrag. Ervaringen in het vroege leven hebben aangetoond effect op het gedrag van gelten bij de eerste worp (Olsson et al., 1991).

Tijdens de opfok moet er niet alleen aandacht zijn voor een goede lichamelijke ontwikkeling, het beheersen en bewaken van de gezondheid en de kwaliteit van het beenwerk, maar met name ook voor het ontwikkelen van sociale en moedervaardigheden. Deze zijn essentieel om vervolgens de dracht (sociale contacten in groepshuisvesting) en de 1e zoogperiode goed te kunnen doorstaan.

va2.png

Een goede socialisatie van zeugen in de varkenshouderij betekent dat dieren op de juiste manier omgaan met (oudere) soortgenoten, dit voorkomt sociale stress en kan daarmee het welzijn van dieren verhogen. Daarnaast kan een goede socialisatie ook van belang zijn voor de gezondheid en productie van zeugen. Daarbij kan gekeken worden naar de voorouders van onze gedomesticeerde varkens, wilde zwijnen. Deze leven in kleine sociale groepen, die matriarchaal zijn en georganiseerd rondom 2 of 3 volwassen, reproducerende zeugen. De groepsgrootte varieert van 6 tot 30 dieren en bestaat naast de volwassen zeugen uit de recente tomen en de jonge en bijna volwassen dieren uit vorige worpen.

Wanneer slecht gesocialiseerde opfokzeugen in de vroege dracht in een groepshuisvestingssysteem komen met oudere zeugen, kan dit leiden tot meer gevechten en hogere stressniveaus. Opfokzeugen staan in een gemengde groep met oudere zeugen meestal laag in de rangorde. Dit is volstrekt natuurlijk, maar wanneer de opfokzeugen zich onaangepast, agressief, gedragen richting oudere zeugen leidt dit tot gevechten en sociale stress. Als deze gevechten rond de 2e-3e week van de dracht optreden leidt dit tot een verhoogde kans op terugkomen en een lagere worpgrootte (Handboek Opfokzeugen).

Daarnaast geven gevechten een hoger risico op beenwerkproblemen. Een slechte socialisatie kan dus met name bij jonge zeugen tot een slechtere productie leiden. Van Putten en Bure (1997) onderzochten het effect van socialisatie door biggen van 2-4 maanden leeftijd 4 maal te mengen. Na nogmaals groeperen op een leeftijd van 5 maanden hadden deze opfokzeugen minder agressieve interacties die bovendien minder lang duurden dan opfokzeugen die alleen op 5 maanden waren gemengd.

Van der Peet-Schwering et al. (2014) onderzochten het effect van mengmoment, meer leefoppervlak (vanaf een leeftijd van 14 dagen na geboorte tot dag 232) en extra kauw- en sjouwmateriaal op agonistisch gedrag en activiteitenpatroon tijdens de vroege dracht, huidbeschadigingen, kwaliteit van het beenwerk en klauwen, conditie van de dieren, voeropname in de vroege dracht en reproductie resultaten in de eerste worp. De verwachting was dat de sociale vaardigheden van opfokzeugen zouden verbeteren door ze te mengen op jonge leeftijd (14 dagen na geboorte), vaker te mengen, extra leefoppervlak te geven en extra kauw- en sjouwmateriaal te verstrekken, maar het effect bleek zeer beperkt.

Mogelijk is er een groter effect van het leren van andere zeugen (opgeleide moeders) en het meedraaien in het productiesysteem alvorens de opfokzeugen zelf in productie komen, met als doel stress tijdens de verschillende processen in productie fors terug te dringen door ze er op jonge leeftijd al op een positieve manier kennis mee te laten maken. De constatering is dat er nog weinig kennis is over de juiste wijze van socialiseren van opfokzeugen voor en door het samenleven met oudere zeugen. Niettemin is duidelijk dat met name omstandigheden tijdens het vroege leven daarbij van cruciaal belang zijn. Gedragingen die zich in het vroege leven hebben ontwikkeld als gevolg van de omgeving, blijven gedurende het hele leven aanwezig.

va1.jpg

Naast een goede socialisatie met soortgenoten is een goede omgang tussen varkenshouder en (jonge) zeug van groot belang voor het welzijn en de productie van de zeug en het arbeidsplezier van de varkenshouder. Een goede omgang tussen mens en dier betekent dat dit contact geen (aanzienlijke) stress voor de dieren en mens oplevert. Een goede omgang verhoogt het welzijn, maar kan ook invloed hebben op de productie van zeugen, omdat stress op cruciale momenten de productie negatief kan beïnvloeden.

Beoogde producten

Het project levert een tweetal producten op:

  1. Best practices voor het socialiseren van opfokzeugen inclusief de omgang van de varkenshouder met de zeugen, met specifieke aandacht voor aspecten die in bestaande systemen doorgevoerd kunnen worden.
  2. Een nieuw innovatief huisvestingssysteem voor opfokzeugen, waarmee ervaren zeugen als leermeester voor jonge zeugen worden ingezet.

Aanpak project

Het project richt zich op de socialisatie van opfokzeugen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen 2 scenario’s die in de praktijk veel voorkomen: 1. Aankoop van opfokgelten op een leeftijd van 10-16 weken, 2. Bedrijfseigen aanfok, waarbij de opfokgelten op het bedrijf zelf geboren worden.

De startbasis voor het project is de al beschikbare kennis over het opfokken van de jonge zeug uit onderzoek en praktijk. De aanpak bestaat uit een innovatie en ontwikkel fase, gevolgd door een validatie fase. De opzet van het onderzoek is erop gericht om een vergelijking tussen conventioneel opgefokte zeugen (gangbare moeders) met goed opgeleide opfokzeugen (hoog opgeleide moeders) mogelijk te maken, waardoor de effecten en het rendement van een verbeterde opfok direct inzichtelijk worden. Het project wordt in twee onderzoekslijnen uitgevoerd (zie figuur 1):

  1. Ontwikkeling en implementatie van best practices voor het opgroeien en socialiseren van opfokzeugen inclusief de omgang van de varkenshouder met de zeugen, met specifieke aandacht voor aspecten die in bestaande systemen doorgevoerd kunnen worden.
  2. Ontwikkeling van een nieuw innovatief huisvestingssysteem voor opfokzeugen, waarmee opfokzeugen op natuurlijke wijze opgeleid worden, door bv. ervaren zeugen als leermeester voor jonge zeugen in te zetten.
Figuur 1: Onderzoeksopzet Opleiding van opfokzeugen
Figuur 1: Onderzoeksopzet Opleiding van opfokzeugen

Publicaties