Project

Fundamenteel onderzoek methaanemissie rundvee

Uit fundamenteel onderzoek blijkt dat demethaanemissie van melkvee flink kan variëren. Ook als dat wordt uitgedrukt inemissie per kg droge stof (ds) van het rantsoen. BO-43-012.02 richt zich eropdie variatie maximaal te benutten en zo de methaanemissie van melkvee met30-50% te reduceren in respectievelijk 2030 en 2050. In 2018 wordt in BO-43-012.02-10gewerkt aan het benutten van de tussen-diervariatie en in BO-43-012.02-11 aanhet benutten van de binnen-diervariatie. Beide variaties zijn gerelateerd aaninteracties tussen het microbioom en fysiologische kenmerken van het dier.

In 2018 gaat de aandacht in dit project uit naar de grootte en achtergronden van de tussen-diervariatie  binnen de HF populatie. Het project richt zich op het verkennen en achterhalen van de van individuele diervariatie in enterische CH4-emissie en het herkennen van dieren met een lagere CH4 emissie waarop de veehouder kan selecteren en/of gericht op voeren. Daarbij zijn twee aandachtsgebieden:

Ten eerste het dier zelf cq koe-kenmerken, met uitzondering van fokkerij (belegd in andere programmas) en het inkruisen van andere rassen (genoeg variatie binnen de HF populatie).

Ten tweede de omstandigheden tijdens de vorming van het microbioom. Het is mogelijk dat het microbioom binnen een dier wordt afgestemd op de dominante omstandigheden waarin het leeft en dat die afstemming plaatsvindt tijdens de opfokperiode. Onderzocht wordt of de methode van opfok de methaanemissie van de volwassen koe kan sturen en of de ranking in CH4 emissie van dieren op verschillende rantsoenen hetzelfde is.

Publicaties