Gesloten gebieden Waddenzee

Project

Gesloten gebieden Waddenzee

De natuurlijke ontwikkeling van onbeviste mosselbanken in de Waddenzee wordt in kaart gebracht. Kennis die hieruit naar voren komt kan direct gebruikt worden bij de beleidsvorming omtrent het beheer van de Waddenzee.

Doelstelling

Het mosselconvenant is gebaseerd op enkele essentiele aannames: Bodemzaadvisserij is slecht voor de natuurlijkheid van de Waddenzee en bodemzaadvisserij belemmert de natuurlijke ontwikkeling van habitats en van mosselbanken. Om deze hypotheses te toetsen moeten ongestoorde delen van de Waddenzee gemonitored worden op hun natuurlijke ontwikkeling. Het doel van dit project is dan ook het inzichtelijk maken van de natuurlijke ontwikkeling van onbeviste mosselbanken in de Waddenzee.

Dit project moet directe kennis aandragen voor het beleid van het beheer van de Waddenzee. Er wordt geacht voort te bouwen op "BO-Draagkracht Waddenzee voor schelpdieretende wadvogels" en er moet samenhang zijn met het onderzoeksprogramma PRODUS 3. De monitoring van de gesloten mosselbanken draagt in combinatie met de projecten MOSSELWAD en PRODUS bij aan het onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van mosselbanken en de daarmee geassocieerde flora en fauna.

Beoogd resultaat

In 2011 is de monitoring beperkt tot de twee gebieden Vlieter en Breezanddijk. In 2011 is geen mosselzaad gevallen, dus in 2012 vindt geen mosselzaadvisserij plaats en wordt geen nieuw gebied gesloten.

De mosselbank op de Vlieter heeft zwaar te lijden gehad onder zeesterrenvraat. Op de mosselbank bij Breezanddijk worden bijna geen zeesterren aangetroffen. Het monitoren van vis boven de gesloten banken is geen succes geweest. Vogelmonitoring in de winter laat zien dat de Waddenzee langs de afsluitdijk een belangrijk toevluchtsoord is voor Toppereenden en Futen wanneer het IJsselmeer bevroren raakt.

Werkwijze

Het gaat om het monitoren van gesloten gebieden in de Waddenzee. Hierbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de mosselbank (structuur, biomassa, visabundantie, vogelabundantie en benthische biodiversiteit.