Project

Gevolgen bilaterale handelsovereenkomsten voor agrosector

Dit project analyseert de gevolgen van (nieuw af te sluiten) bilaterale handelsovereenkomsten voor de Nederlandse en de EU-agrovoedingssector. Voor de analyse wordt gebruik gemaakt van economische modellen van het LEI.

Doelstelling

Nu de WTO- Doha ronde stagneert, sluiten veel landen  bilaterale handelsovereenkomsten om de internationale handel in landbouwproducten te bevorderen. In dit project worden de economische gevolgen van (nog af te sluiten) bilaterale handelsovereenkomsten voor de Nederlandse en de EU-agrovoedingssector geanalyseerd en de offensieve en defensieve belangen voor Nederland in kaart gebracht. Doel van dit project is het verkrijgen van gedetailleerd inzicht in de voor- en nadelen voor de Nederlandse agrovoedingssector van bestaande en nieuwe handelsafspraken.

Plan van Aanpak

  • Afhankelijk van de keuze vrijhandelsovereenkomst waar dit project zich op gaat richten wordt een specifiek PvA opgesteld.
  • Kwalitatieve en kwantitatieve analyse gaan met name in op:
    • inzicht in huidige bilaterale handelsrelatie en -positie van de EU en Nederland,
    • analyse van gevolgen voor markttoegang van voorstellen voor een handelsovereenkomst voor de EU/Nederland en voor de handelspartners: wat betekenen importtariefsverlaging voor de concurrentiepositie, welke exportmogelijkheden levert dat op, welke andere niet-tarifaire handelsbelemmeringen worden verminderd en wat betekent dat voor import- en exportmogelijkheden  voor de Nederlandse agro-sector.
  • Toepassing economische modellen, data en statistische analyses, interviews

    Resultaten

    Rapporten over (nader te bepalen) gevolgen van bilaterale overeenkomsten voor de Nederlandse handelspositie, en presentaties van de resultaten aan EL&I beleidsmedewerkers en vertegenwoordigers van de Nederlandse agribusiness.