Project

H 298 Monitoring winteroverleving plantparasitaire nematoden

Doel van deze PPS was het verbeteren van adviezen voor het beheersen van schadelijke aaltjessoorten op basis van kennis van de mate van overleving in de gewasloze periode. In samenwerking met routine laboratoria is gedurende drie winters de overleving van Meloidogyne chitwoodi en Pratylenchus penetrans gemeten. Overlevingscurves werden gemodelleerd en gebruikt voor advisering.

Werkwijze

De bedrijven waren kaderstellend voor de vraagstelling en de randvoorwaarden van het project. Zij traden behalve als opdrachtgever ook op als mede uitvoerden van bemonsteringen in praktijksituaties. WUR leverde de kennis aan op basis waarvan een aanpak werd gekozen die ook daadwerkelijk tot beantwoording van de vragen leidde (wetenschappelijke valide). De rol van de overheid bleef beperkt tot het stellen van randvoorwaarden voor zover het het quarantaine aaltje M. chitwoodi betrof. Dit was afgedekt doordat de NVWA al betrokken was bij de bemonsteringswerkgroep.

Resultaten van het onderzoek

  • Technische uitvoering is vanwege de optimale samenwerking zeer goed verlopen
  • Op enkele percelen lijkt er amper wintersterfte op te treden. Dit is nooit eerder geconstateerd en stelt daarmee vraagtekens bij de algemene opvatting over de biologie van deze nematodensoorten.
  • Het inrichten van een intensieve bemonsteringsmethode voor M.chitwoodi is geharmoniseerd
  • De PPS heeft de vertrouwensbasis tussen de bemonsterende instanties versterkt om voor pre competitieve onderwerpen de samenwerking met de nematologen van WUR  te zoeken. Denk hierbij aan de verdere ontwikkeling van bemonsterings en diagnose technieken voor Meloidogyne chitwoodi
  • De partners zijn gemotiveerd om ook het harmoniseren van incubatie technieken aansluitend aan de PPS voort te zetten