Project

Indicatiewaarden voor stikstof

Voor het Compendium van de Leefomgeving wordt voor de kwaliteit en trend van stikstofbeschikbaarheid ecosystemen gebruik gemaakt van N-totaal. Uit analyses is echter gebleken dat dit geen betrouwbare indicator is. Derhalve worden in deze studie verschillende typen indicatoren met elkaar vergeleken, waarbij gezocht zal worden naar een betere maat voor nutriëntenbeschikbaarheid voor plantensoorten. 

Er wordt door PBL, WOT/WENR, CBS en provincies gebruik gemaakt van indicatoren om veranderingen in milieucondities te signaleren.

Het gaat met name om de trend van stikstofbeschikbaarheid voor plantensoorten:

  • https://www.clo.nl/indicatoren/nl1592-kwaliteit-stikstofgevoelige-ecosystemen
  • https://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/jaargang-2018/themas/natuur/toestand-en-trends-milieu-en-ruimtelijke-condities-landnatuur

Methoden

Er zijn verschillende methoden beschikbaar. Door het PBL is in 2019 een quickscan uitgevoerd waarbij verschillende indicatorlijsten, namelijk de Wamelink getallen (WW), ITERATIO- en Ellenberg-indicatiewaarden met elkaar zijn vergeleken. Aanleiding was het niet-verwachte resultaten bij het gebruik van het WW-N-totaal als maat voor voedselbeschikbaarheid voor plantensoorten.

Er is al vele decennia discussie over de vraag in hoeverre en hoe het mogelijk is om vanuit de vegetatie betrouwbare indices af te leiden voor de beschikbaarheid van individuele nutriënten in de bodem. De productiviteit van de bodem (beschikbaarheid van nutriënten voor de productie van biomassa) wordt niet alleen bepaald door de beschikbaarheid van stikstof (N), maar ook onder meer door andere macronutriënten, zoals fosfaat (P) en de verhouding tussen macronutriënten. De mate waarin de soortensamenstelling samenhangt met de beschikbaarheid van N en/of P verschilt tussen habitattypen en tussen gebieden en wordt mede beïnvloed door andere factoren (o.a. pH en hydrologie). Alleen van N - en welke vorm daarvan dan ook - uitgaan kan daardoor leiden tot verkeerde conclusies zoals gebleken is uit verkennende analyses door CBS met N-totaal.

Analyses

Om tot een uitspraak te kunnen komen over hoe nutriëntenschikbaarheid voor plantensoorten te duiden worden de volgende analyses voorgesteld. Onderlinge vergelijkingen van WW-N-Totaal, WW-NH4, WW-NH3, WW-C/N, ITERATIO-Trofie en Ellenberg-N worden gedaan op basis van (1) de indicaties van een selectie van soorten en (2) de gemiddelde indicaties van vegetatieopnamen. Bovendien kunnen wat de WW-indicaties (Wieger Wamelink-indicaties) betreft ook gekeken worden naar combinaties van nutriënten, waarbij ook Ca, K en P kunnen worden meegenomen.
In het tweede geval kunnen random sets van telkens zon 15.000 vegetatieopnamen worden doorgerekend. 
Daarnaast zal gezocht worden naar datasets waarbij behalve vegetatieopnamen ook gewasanalyses zijn gedaan (biomassaproductie en indien beschikbaar nutriëntengehaltes in het gewas) zodat indicatiewaarden direct kunnen worden gekoppeld aan gewasproductie, en dus indirect ook aan trofie.

 

 

 

 

Publicaties