Project

Instrumentaria interpretatie monitoringsresultaten ikv NL toelating en KRW

In 2006 hebben de ministeries LNV, VROM en VenW het initiatief genomen om een nieuwe beoordelingssystematiek te ontwikkelen voor de risico’s die waterorganismen lopen bij blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. LNV, VROM en VenW hebben een Projectgroep Beslisboom Water in het leven geroepen, die tot doel heeft om het toelatingsbeleid voor deze gewasbeschermingsmiddelen af te stemmen op de vereisten die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water.

Update

De methodiek is opgeleverd. De Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken gaan het vanaf 2013/2014 toepassen als onderdeel van de Tweede Nota Duurzame Gewasbescherming ‘Gezonde groei, duurzame oogst’.

Doelstelling

Binnen deze projectgroep bestaan er werkgroepen, waaronder de Werkgroep Monitoring Waterorganismen. Deze werkgroep werkt aan een methodiek voor de terugkoppeling van monitoringsresultaten naar de toelatingshouders en de toelating. Deze methodiek wordt met de beoogde toepassers (met name het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voormalig ministerie van V&W), toelatingshouders en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) getest op praktische uitvoerbaarheid en inpasbaarheid in de betrokken organisaties.

De methodiek omvat de volgende onderdelen:

  • procedure voor het bepalen van ‘probleemstoffen’ op basis van monitoringsresultaten;
  • protocol voor het bepalen van een aannemelijk verband tussen de toepassing van het product en het aantreffen van stoffen en voor het bepalen van de verantwoordelijke emissieroutes. (Protocol oorzakenanalyse);
  • procedure voor de terugkoppeling van het resultaat van de oorzakenanalyse naar de toelatingshouder en zonodig naar de toelating.

Beoogd resultaat

Juni 2012: rapportage van de methodiek bestaande uit de onder het kopje 'Aanpak en tijdspad' genoemde onderdelen. Tevens rapportage van de testcases.

December 2011: tussentijdse rapportage van de stand van zaken. Rapportage van het resultaat van het werk aan de systematiek voor het vergelijken van berekende concentraties en gemeten concentraties in het oppervlaktewater.

Het project draagt bij aan de vermindering van de emissies vanuit de land- en tuinbouw naar het milieu. Verder draagt het uiteindelijk bij aan het behoud van een breed middelenpakket, omdat toelatingshouders gestimuleerd worden om gerichte maatregelen te nemen om emissies van hun middelen naar oppervlaktewater tegen te gaan.

Werkwijze

  • In 2010 wordt een concept van de voorgestelde methodiek gerapporteerd aan de projectgroep Benchmark Bedrijfsvoering Waterschappen.
  • In 2011 wordt de methodiek onder begeleiding van de WMW getest  in samenwerking met de beoogde gebruikers van de methodiek. De beoogde gebruikers worden de trekkers, de WMW krijgt een begeleidende en evaluerende rol en werkt aan verbeterpunten die tijdens deze testfase geconstateerd worden.
  • Parallel aan deze testfase, die naar verwachting doorloopt tot en met het voorjaar van 2012, wordt in 2011 verder gewerkt aan een methode om berekende en gemeten concentraties in oppervlaktewater systematisch te vergelijken. De uitvoering van dit onderdeel ligt met name bij Wageningen UR en het Instititute of Environmental Sciences te Leiden. Net als in 2010 wordt medio 2011 een tussenrapportage met de WMW besproken. Met het beschikbaar komen van de nieuwe NMI 3 per 1 februari 2011 is het medio 2011 mogelijk om conclusies te formuleren over de bruikbaarheid van de combinatie NMI 3 – BMA in het protocol oorzakenanalyse.

Publicaties