Project

Invasieve soorten Waddenzee icm uitgroeipotentie na mosseltransport

Activiteiten in een Natura 2000-gebied zoals de Waddenzee kunnen slechts plaatsvinden onder strenge voorwaarden zeker bij een kans dat de activiteit een significant negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen. Een van die activiteiten die alleen onder strikte voorwaarden plaats mag vinden zijn schelpdiertransporten zoals Zuid-Noord transporten van mosselzaad waarbij het meeliften van ongewenste (probleem)soorten mogelijk is.

In dit onderzoeksvoorstel wordt nagegaan of de huidige monitoring accuraat genoeg is om ongewenste soorten vroegtijdig te identificeren. Hiervoor wordt naast de huidige monitoring een uitgebreidere monitoring uitgevoerd waarbij een vergelijking wordt gemaakt tussen de schelpdierafhankelijke soorteninventarisatie (SASI) en de ad random big bag monitoring van de levende soorten na een zoetwaterbehandeling van het mosselzaad gedurende transport. In deze uitgebreide monitoring wordt de diversiteit aan soorten bepaald door gebruik te maken van de metabarcoding techniek waarbij de moleculaire barcode van levende en recent niet-levende soorten tegelijkertijd wordt bepaald.

De kwaliteit van de meegelifte ongewenste (probleem)soorten bepaalt mede de introductiedruk op een ecosysteem. In dit onderzoek wordt ter eerste nagegaan of er verschillen zijn tussen de uitgroeipotentie van de aanwezige soorten in het schelpdiertransport na zoetwaterbehandeling, onder gecontroleerde omstandigheden. Daarnaast zal de resistentie van de Waddenzee worden onderzocht door een specifieke (probleem)soort (Filipijnse tapijtschelp) te introduceren in gecontroleerde systemen in combinatie met lokale Waddenzee soorten.

Dit onderzoek heeft tot doel input te leveren voor het opstellen van een beheersplan invasieve soorten Waddenzee waarbij specifiek gekeken wordt naar de uitgroeipotentie van ongewenste (probleem)soorten na mosseltransport.


Publicaties