Project

Inventarisatie zelfmengende veehouders

De diervoedersector is aan verandering onderhevig. In het verleden werd aan varkens en pluimvee veelal een compleet mengvoer verstrekt en aan rundvee een aanvullend mengvoer naast ruwvoer. De (meng)voerproductie vond dus bijna volledig bij de mengvoerproducenten plaats. De laatste jaren heeft de productie van het complete rantsoen zich deels verplaatst naar de veehouderijbedrijven.

In de varkenshouderij betrof dit in eerste instantie bedrijven die brijvoeders verstrekken, gebaseerd op vochtrijke (co)producten en aanvullend mengvoer. Daarnaast betreft dit in toenemende mate varkensbedrijven die losse droge grondstoffen aankopen en deze op het bedrijf met een premix of kernvoer mengen tot complete rantsoenen. Op pluimveebedrijven wordt op grote schaal losse tarwe in het rantsoen gemengd. Daarnaast worden door een (wellicht beperkt) aantal pluimveehouders ook andere losse grondstoffen aangekocht voor de productie van een compleet rantsoen. In de rundveehouderij wordt op grote schaal van de voermeng-wagen gebruik gemaakt om losse grondstoffen met ruwvoer tot een compleet rantsoen te verwerken.

De NVWA heeft zich in het verleden wat betreft de (meng)voerproductie met name gericht op de risicos die kunnen optreden bij het klassieke mengvoederbedrijf. De vraag is welke eventuele risicos voor de voeder- en voedselveiligheid de hierboven geschetste ontwikkelingen met zich mee brengen en of deze aanleiding geven tot een grotere aandacht voor de productie van voeders op de veehouderijbedrijven.

Publicaties