Project

Invloed Halophila op zeeschildpadden

Op klimaatverandering na, vormen invasieve soorten tevens de grootste bedreiging voor de kostbare en soortenrijke tropische natuur op en rondom de eilanden van Caribisch Nederland. Op basis hiervan heeft EZ in het recente verleden een aantal studies laten verrichten naar invasieve soorten, waaronder een uitgebreide inventarisatie. Een van deze soorten is de invasieve zeegras Halophila stipulacea. Deze soort breidt zich massaal uit en is al op alle Nederlands-Caribische eilanden waargenomen behalve Saba en de Saba bank.

Doelstellingen project

In deze studie wordt een lopend Master-studie project van de Vrije Universiteit (VU) en STCB uitgebreid en toegespitst op de volgende practische vragen:

  1. Hoe snel breidt deze exotische zeegras zich uit en waar binnen Lac?? (Dit geeft inzicht in de vraag of deze soort andere
    zeegrassen mogelijk verdringt)
  2. Hoe vergelijkt de visfauna van Halophila-velden zich met die van inheemse zeegrassoorten?
  3. Wordt deze zeegras wel of niet gebruikt door de groene zeeschildpad en de kroonslak (of zijn er andere grazers)?
  4. Wat kunnen we op basis hiervan voorspellen over het effect van deze zeegras op de kraamkamerfunctie van zeegrasvelden van Lac en de populaties van de zeeschildpad en kroonslak?

Aanpak en tijdspad

Aanpak

We onderzoeken in hoeverre Halophila en Thalassia velden mogelijk verschillen in een aantal aspecten:

  1. Visgemeenschappen
    • Binnen enkele tientallen transecten in een Halophila veld en in een Thalassia veld worden visdichtheid en -samenstelling bepaald en onderling vergeleken voor de belangrijkste families (groupers, snappers, damselfish, blennies, lionfish, others);
    • Een aantal habitat parameters voor de contrasterende zeegrasvelden wordt vergeleken dmv telling, relatieve bedekking en fotos: 
      • Bedekkingsgraad Halophila en/of Thalassia, zand, algen en/of rubble;
      • Bladdichtheid en -hoogte.
  2. 2. Kroonslakdichtheden (tbv habitatselectie)
    • Kroonslakkken worden gezocht en de habitat (1 m2) waarin zij zich op dat ogenblik bevinden wordt gekwantificeerd. Daarnaast wordt in vier compass richtingen de kortste afstand gemeten naar de dichtstbijzijnde plek met de contrasterende zeegrassoort.  Hiermee kan worden bepaald of er wel of geen sprake is van selectie van de ene zeegrasveld of ander.
    • Dichtheid van kroonslakken per tijdsbestek van gericht zoeken in de habitats van de verschillende soorten.
  3. Voedsel-selectie van de groene zeeschildpad
    • Via experimenten om begrazing en groei te vergelijken tussen exclosures en controle plekken waar schildpadden (en of vissen) niet of juist wel in kunnen grazen
  4. Halophila expansie versus Thallassia.
    • Dit wordt gedaan door de groei van de twee soorten met elkaar te vergelijken op plakken waar beide voorkomen (treatment) en op plekken waar elk apart voorkomt (controle). Op deze wijze kan de invloed van elk soort op de ander bepaald worden.

Tijdspad

  • Voorbereiding methodiek: Eind aug-begin september. Overleg tussen STCB, T. van Bussel, Becking en Debrot
  • Veldwerk: medio sept-eind october
  • Analyses: Eind octopber- begin november
  • Rapportage: Begun november- 3de week december 2014
  • Rapport beschikbaar voor feedback opdrachtgever: 3de week december 2014
  • Rapport met bevindingen en aanbevelingen: eind december 2014.

Resultaten (beoogd)

Een rapport dat helder maakt wat de invloed van deze zeegrasvelden op cruciale waarden binnen Lac kan zijn en of er mogelijkheden zijn voor plaatselijke bestrijding daar de soort nu al permanent gevestigd is en daadwerkelijke uitroeiing niet meer aan de orde is.