grasland

Project

Invulling GLMC-normen

Tot aan 2008 zijn de GLMC-normen door Nederland vrij minimaal ingevuld. Sinds de Health Check in 2008 is de Europese lijst met GLMC-normen limitatief geworden, d.w.z. lidstaten hebben niet meer de keuze om normen – al dan niet gemotiveerd – niet in te vullen of juist (extra) normen toe te voegen die (nog) niet zijn opgenomen in nationale, regionale of lokale regelgeving.
Het ministerie van EZ wil de herziening van het GLB aangrijpen om de huidige invulling van de GLMC-normen onder de loep te nemen.

Doelstellingen project

Dit project heeft tot doel advies te geven over de invulling van de GLMC-normen per 1 januari 2015. Het advies moet ingaan op de volgende vragen:

1) Welke aanpassingen zijn nodig van de minimumeisen in het kader van de GMLC, met het oog op een invulling die recht doet aan de doelstelling[1] van de Europese cross-compliance voorschriften?  Daarbij moet ook worden ingegaan op de vraag of aanpassingen nodig zijn met het oog op de invoering van de nieuwe EU- normen (tegengaan erosie, grondwatervervuiling, voorkomen van invasieve soorten) en zo ja welke? Als er geen aanpassing nodig is, per norm onderbouwen waarom niet[2].

2) Zijn er bepaalde normen uit het huidige GLMC die geen plaats meer krijgen in het nieuwe GLB? Zo ja, hoe moet hiermee worden omgegaan? Schrap je die of moet je daar elders een voorziening voor treffen? Wat gaat er wellicht verloren als je een norm schrapt?

3) Wat betekent een aanpassing van de GLMC-normen voor de uitvoerbaarheid van het beleid. Het gaat dan om de controleerbaarheid en de administratieve lasten die zijn verbonden aan de uitvoering. N.B. deze vraag zal in kwalitatieve zin worden beantwoord.

Aanpak en tijdspad

Fase 1

Doel: overzicht krijgen stand van zaken.

  1. Inventarisatie huidige invulling GLMC, afgezet tegen de ‘nieuwe’ GLMC-voorschriften die zijn overeengekomen in het kader van het GLB 2014-2020, door koppeling van bijlage 1, bijlage 2 en de bijlage 3. Waar zit de overlap, waar zitten de ‘gaten’. Als er gaten zijn worden deze dan afgedekt door eisen of normen die zijn opgenomen in de Nederlandse regelgeving?  Het schema dat wordt gemaakt, is een belangrijke kapstok voor fase 2.

Het resultaat van fase 1 zou moeten zijn dat antwoord kan worden gegeven op de volgende vragen:

Voor welke gebieden/thema’s en aspecten dienen normen te worden vastgesteld?
Welke Nederlandse regelgeving ziet daarop toe door het stellen van (specifieke) normen, eisen (ge- of verboden, gebruiksvoorschriften enz.)?
Is      de wijze waarop Nederland de normen heeft ingevuld voldoende of zijn er aanpassingen nodig in het licht van de nieuwe normen per 1 januari 2015?
Uitvoering: eerste week november.

Fase 2

Doel: nagaan gevolgen wijzigingen in de EU-wetgeving inzake GLMC-normen en permanent grasland

  1. Nagaan – op basis van analyse in fase 1, vraag 3 – welke aanpassingen nodig  zijn in de Nederlandse uitvoering om te voldoen aan de nieuwe EU-wetgeving en hoe deze ingevuld kunnen worden.

  2. Nagaan of er normen vervallen en welke consequenties dit zou kunnen hebben.

  3. Nagaan of bestaande en eventuele nieuwe GLMC-normen voor de boer voldoende helder en concreet zijn beschreven, zodat hij weet wat er van hem verwacht wordt om aan de norm te voldoen. De norm zelf staat niet ter discussie, wel de manier waarop getoetst gaat worden of de boer al dan niet aan de norm voldoet.  Voor eventuele aanpassingen kan onder meer gebruik gemaakt worden  van de database van het Joint Research Centre (JRC GAEC), waarin alle normen die door lidstaten worden toegepast zijn opgenomen.

Uitvoering: week 11, 18 en 25 november, met mogelijke uitloop naar  de week van 2 december afhankelijk van hoe snel afspraken gepland kunnen worden. Een belangrijk deel van de in deze fase benodigde informatie zal namelijk moeten komen uit gesprekken met deskundigen van DR, EZ en NWA. Daarnaast zal worden gesproken met vertegenwoordigers van de land- en tuinbouw en van natuur- en milieuorganisaties. Het doel van de gesprekken is informatie te vergaren die kan bijdragen aan een werkbare uitvoering van de GLMC-normen.

De interviews vinden plaats op basis van een vragenlijst, die in de week van 4 november wordt voorgelegd aan de opdrachtgever.

Fase 3

Op basis van de resultaten van fase 1 en 2, een synthese opstellen en een advies geven over de invulling. Daarbij wordt ingegaan op:

  1. de eventuele aanpassing van de normen, daarbij inbegrepen de introductie van nieuwe normen. Ook wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van het eventueel vervallen van bepaalde normen;
  2. de administratieve en controlelasten van de nieuwe normen (ervan uitgaande dat deze er zijn) in vergelijking tot de oude normen. Het gaat hier om een analyse in kwalitatieve zin;
  3. of het stelsel zodanig is te implementeren dat  het ‘auditproof’ is (anders gezegd: zijn de uitvoeringsregels voldoende helder);

Uitvoering: week van 2 en 9 december. Oplevering uiterlijk derde week december (mede afhankelijk van fase 2).

Resultaten (beoogd)

Het resultaat van dit project is een beknopt advies aan het ministerie van EZ over de invulling van de GLMC-normen per 1 januari 2015. Het advies wordt begeleid door een achtergrondrapport waarin uitgebreid wordt toegelicht hoe de elementen van het advies tot stand zijn gekomen.