Project

KD-2016-026 Herkennen van gemanipuleerde mestmonsters

Mestintermediairs slaan binnenkomende partijen mest op of bewerken deze tot andere mestproducten, waarna de mest en afgeleide mestproducten gedistribueerd worden naar afnemers in binnen- en buitenland. De controlerende instanties (NVWA en Rvo) hebben behoefte aan aanvullende methodes waarmee de juistheid van de opgegeven aan- en afvoer van mestproducten door mestdistributiebedrijven kan worden beoordeeld en waarmee onregelmatigheden kunnen worden opgespoord. Van diverse zijden wordt gesuggereerd dat er sprake is van substantiële fraude bij de verantwoording van de mineralenstroom door mestintermediairs, in het bijzonder bij dikke fracties zoals die door scheiding van varkens- en rundveedrijfmest wordt geproduceerd. Hierbij zou het meestal draaien om het aanpassen van het fosfaatgehalte, bijvoorbeeld door het mestmonster te drogen (hierdoor stijgt het fosfaatgehalte per kilo monster) of door fosfaatkunstmest toe te voegen.

In de praktijk worden verschillende typen mestscheiders gebruikt. De meest voorkomende zijn de vijzelpers, de zeefbandpers en de centrifuge. Uit onderzoek blijkt dat mestscheiden met een centrifuge resulteert in het hoogste fosfaatgehalte van de dikke fractie in vergelijking met de andere technieken.

Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de technische bovengrens is van fosfaatgehaltes van met een centrifuge gescheiden mest. Het onderzoek wordt uitgevoerd met drijfmest van varkens en rundvee als uitgangsmateriaal.

De studie bestaat uit twee onderdelen:

1) Het scheiden van een aantal batches mest op verschillende locaties met verschillende centrifuges

2) Een literatuuronderzoek naar scheiding van drijfmest met een centrifuge

Publicaties