bloemenveld

Project

Kansen natuur en landschap bij duurzame landbouw

De Nederlandse landbouw- en voedingssector nemen mondiaal een prominente plaats in, zeker als het gaat om innovatief vermogen. De speelruimte in het Nederlandse beleid voor landbouw en biodiversiteit wordt voor een belangrijk deel Europees bepaald.

Doelstelling

Veel maatschappelijke partijen betuigen dat een transitie nodig is naar duurzame landbouwvormen en voedselsystemen waarin veel meer rekening wordt gehouden met natuur, milieu en landschap. Hoe deze transitie zich moet voltrekken, daarover bestaat echter - zowel binnen als buiten de wetenschap - veel minder consensus.

Discussies over de verschillende veranderroutes en alternatieven kunnen zelfs hoog oplopen omdat ze elkaar lijken uit te sluiten. Het debat is gecompliceerd en niet met een beroep op de wetenschap te beslissen. Bovendien zal elke voorgestelde veranderingsroute rekening moeten houden met instituties en gevestigde belangen en de politieke en maatschappelijke haalbaarheid van voorstellen.

De ambitie van dit onderzoeksproject is mogelijkheden en alternatieven voor een duurzame landbouw meer concreet te verbeelden en te analyseren welke institutionele condities hier bepalend zijn. Daarbij is het uitgangspunt dat er geen uitgetekende marsroute is. Meerdere routes en combinaties van strategieën zijn mogelijk.

Het project beoogt een bijdrage te leveren aan het Strategisch Meerjarenprogramma Biodiversiteit, Voedsel en Ontwikkeling van het Planbureau voor Leefomgeving (PBL).

Werkwijze

Het werkveld van dit project wordt gevormd door de reeds geselecteerde casussen (zie 1.1). Naast literatuurstudie en deskresearch vraagt het achterhalen van visies, aannames en wereldbeelden om interviews met verschillende actoren in elk van de casussen. Deze respondenten kunnen ook een inschatting geven van het speelveld waarin zij zich bevinden, en van de (institutionele) doorbraken en acties die nodig zijn om verandering in gang te brengen.

De focus in deze studie ligt op de analyse van onderliggende visies, frames en institutionele condities. Hoewel de natuur-, landschaps- en milieueffecten van verduurzamingsinitiatieven in deze studie niet verder worden onderzocht en doorgerekend, zal bij elke casus wel worden geïnventariseerd wat hier op relevante punten reeds bekend is.

Projectfasen 2012

  • Fase 1) Workshop en projectplan: (jan-mrt)
  • Fase 2) Casestudies (mrt-sept)
  • Fase 3) Analyse en afronding (sept-dec).

Beoogd resultaat

  • Inzicht in de onderliggende assumpties en visies van uiteenlopende stakeholders kan bijdragen aan meer begrip van elkaars initiatieven. De resultaten van dit project kunnen op deze wijze een (meer) vruchtbaar debat aanmoedigen waarin oog bestaat voor verschillende perspectieven die elk hun eigen ‘logica en vertrekpunt’ hebben.
  • Inzicht in de institutionele (rand)voorwaarden kan verhelderen welke gevestigde structuren en/of belangenconstellaties problematisch zijn voor de verschillende verduurzamingsinitiatieven en hoe deze mogelijk zijn te veranderen of te doorbreken. Hier geldt wederom dat de oplossing eerder is te zoeken in een combinatie van strategieën, dan het uitstippelen van één vaste marsroute.