Project

Klimaatverandering en ecosysteem-diensten

De activiteiten van regenwormen dragen bij aan de verbetering van de bodemstructuur en kunnen de infiltratie en berging van regenwater bevorderen. Dit is vooral van belang in het licht van klimaatverandering. Akkerbouwers in Nederland zijn in toenemende mate bezorgd over de extreme bodemverdichting en problemen met waterstagnatie in hun akkers.

De verwachting is dat het voorkomen van extreem natte en extreem droge perioden in de toekomst alleen maar zal toenemen. Doel is daarom om het beheer van akkerland en nabijgelegen niet-productieve landschaps­elementen zodanig af te stemmen dat het waterbergend en watervasthoudend vermogen van de grond wordt vergroot.

Interessante recente innovaties zijn in dit kader het toepassen van niet-kerende grondbewerking. In Noord- en Zuid-Amerika wordt deze wijze van bewerken van de akkers breed toegepast. De resultaten zijn gunstig, zowel vanuit het oogpunt van gewasopbrengst als milieuwinst (o.a. beter watervasthoudend vermogen en hogere bodembiodiversiteit). Deze innovatie wordt in Nederland op beperkte schaal toegepast. Dit lijkt een veelbelovende methode, vooral in combinatie met vaste rijpaden. Dit vraagt om een gecontroleerde toepassing en monitoring.

Doelstellingen

De doelstellingen van dit project zijn:

1. Begrijpen en kwantificeren van de effecten van niet-kerende grondbewerking, in combinatie met vaste rijpaden, en akkerrandenbeheer op:

  • Aantallen en soortensamenstelling en ruimtelijke verspreiding van regenwormpopulaties in bouwland en akkerranden.
  • Bodemstructuur en de infiltratiecapaciteit en het watervasthoudend vermogen van de bodem.
  • Nagaan of remote sensing technieken gebruikt kunnen worden voor opschaling.

2. Opschalen en kwantificeren van de effecten van bovenstaande beheersmaatregelen op waterberging op de landschapsschaal door gebruik van remote sensing, GIS en ecohydrologische modellering.

Werkwijze

Het onderzoek betreft een meerjarige veldproef op de Broekemahoeve (PPO Lelystad) waar minimale en niet-kerende grondbewerking wordt vergeleken met een geploegd systeem in een ‘randomized block design’ met 4 herhalingen (BASIS, zie www.spade.nl/projecten-detail.asp?ProjectID=91). In alle systemen wordt gewerkt met vaste rijpaden.

De proef wordt uitgevoerd onder biologische teelt en ook als geïntegreerd systeem. In de akkers (op verschillende afstanden van de akkerranden) en in de akkerranden zelf worden in meerdere seizoenen de wormenpopulaties bemonsterd, geteld en de soorten geïdentificeerd. Daarnaast worden bodem­structuur­eigenschappen (compactie, aggregaat stabiliteit) en de bodemvocht­dynamiek (vochtgehalte van 0-120 cm met TDR, infiltratiemetingen, hydraulische geleidbaarheid) gemeten.

Resultaten worden gecombineerd met remote sensing data om ruimtelijke patronen vast te stellen en te analyseren. Voor een goede vertaalbaar­heid naar de praktijk worden ook waarnemingen gedaan in bestaande experimenten op praktijkbedrijven in de Flevopolder en de Hoeksche Waard. Verder wordt de rol van regenwormen voor het verbeteren van fysische bodemeigenschappen nader onderzocht in een kasexperiment. Dit vindt plaats aan de hand van bodemkolommen met regen­wormen in verschillende soortensamenstelling. Met behulp van remote sensing, GIS en ecohydrologische modellering worden de resultaten opgeschaald naar landschaps­niveau.

Resulaten

Het onderzoek levert nieuwe expertise op over de rol van biodiversiteit voor ecosysteemdiensten en adaptatie voor klimaatverandering in agrarische landschappen.