Project

Kwaliteit leefgebied grijze zeehond

De grijze zeehond in de Waddenzee en Noordzeekustzone verkeert in een landelijk matig ongunstige staat van instandhouding. Volgens de systematiek van de Habitatrichtlijn zou de soort een verbeteropgave moeten krijgen.

Inmiddels is de, in 1985 in Nederland teruggekeerde, grijze zeehond in aantal uitgegroeid tot de grootste kolonie in Europa, buiten het Verenigd Koninkrijk. Ten dele kan de groei worden verklaard uit de (soms tijdelijke) influx van de veel grotere populatie in het Verenigd Koninkrijk (130.000 vs 2000 dieren). De huidige monitoring is echter onvoldoende om dit aandeel te scheiden van de natuurlijke groei van de populatie zelf. In het kader van de toename van activiteiten in de Noordzee kustzone is het van belang ook de mogelijke invloed in te kunnen schatten van veranderingen in deze influx op de populatiegroei.

Is voor een gunstige beoordeling van de kwaliteit van het leefgebied van de grijze zeehonden in Nederland de beschikbaarheid van onverstoorde, permanent droge locaties vereist of zijn de huidige, als suboptimaal beoordeelde locaties voldoende voor een duurzame instandhouding van de soort in Nederland? Hoe verhoudt de groei van de populatie (aantal adulte en pups) zich tot de immigratie uit andere gebieden (VK)?

Aanpak en tijdspad

Het onderzoek wordt opgesplitst in 2 deelprojecten, waarbij het eerste deelproject zich richt op de kwaliteit van ligplaatsen en het tweede deelproject op het grotere perspectief: de rol van de ligplaatsen in internationaal verband.

Deel 1. Data analyse en literatuurstudie

Voor het definiëren van de kwaliteit van ligplaatsen wordt een combinatie van data-analyse, literatuurstudie, modellering en (beperkt) veldwerk gebruikt.

Deel 2. Schatting populatie uitwisseling met PhotoID:

Om de kennisvragen te beantwoorden is het van belang de Nederlandse populatie grijze zeehonden in een internationaal perspectief te zien. Een deel van de toename van de grijze zeehonden in Nederland kan gerelateerd worden aan immigratie uit de UK. Het is niet bekend of UK vrouwtjes in Nederland hun jongen werpen. Ook is niet bekend welk percentage van de populatie regelmatig vanuit de Waddenzee naar de UK zwemt en daarmee wat het belang is van het gebied tussen de Waddenzee en de UK voor het behoud van de populatie grijze zeehonden in Nederland.

Zenderonderzoek kan veel zeggen over de uitwisseling van individuen tussen beiden en over het gebruik van de zee, maar kan maar op een klein deel van de dieren worden toegepast, waarbij men niet van te voren kan weten of de gezenderde dieren die dieren zijn die zullen “oversteken”. Een andere doeltreffende manier -om een vinger te krijgen achter de uitwisseling tussen verschillende populaties- is het maken en analyseren van foto’s waarop grijze zeehonden herkend kunnen worden (PhotoID). Vooral vrouwtjes met duidelijke tekening zijn hiervoor geschikt (Conservation Research; Hiby et al, 2007). Zeehonden worden individueel gefotografeerd en daarna worden de foto’s gematched met ExtractCompare. Deze techniek is in de UK al verder ontwikkeld en gebruikt in verschillende gebieden (zie referenties). Er zijn ook databases beschikbaar, die ingezet kunnen worden om de gefotografeerde zeehonden mee te vergelijken.

Resultaten

  • Rapport met daarin per deelvraag een hoofdstuk (analyse en conclusie), resulterend in een eindconclusie t.a.v. de hoofdvraag.
  • Kaarten met de verspreiding van grijze zeehonden in relatie tot omgevingsfactoren.
  • Catalogus van zeehonden (intern).