Project

M4Models

De missie binnen subthema B1 is om de methaanemissie in de veehouderij maximaal te reduceren. Hiervoor zijn twee hoofdrichtingen in het onderzoek: 1) minder methaanemissie van de dieren (enterische methaanproductie); 2) vermindering van de methaanemissie uit de mest. Het internationale onderzoek in dit voorstel richt zich op vermindering van de methaanemissie uit de mest. Hierbij wordt gekeken naar verschillende opties voor mestmanagement en mestbehandeling. Hierbij wordt aangesloten bij projecten die lopen binnen de Klimaatenvelop. Opties om methaanemissies te reduceren zijn: snelle verwijdering uit de stal (spoelen, schuiven, banden), mestbehandeling (aanzuren) en mestkoeling. Daarbij wordt ook gekeken naar het effect in de gehele keten. De methaanemissies en het reductiepotentieel worden onder gestandaardiseerde omstandigheden bepaald. In een standaard meetopstelling wordt het biochemisch methaanpotentieel (BMP), dit is de maximale methaanproductie, en de werkelijke methaanproductie vastgesteld. Op basis van deze verhouding wordt de methaanconversiefactor (MCF) vastgesteld. Dit is een internationaal erkende methode en resultaten kunnen worden vertaald naar andere situaties en omstandigheden (b.v. andere klimaatregios). Hierdoor worden uniforme cijfers verkregen voor de EU-landen en kunnen nationale methaanemissies nauwkeurig worden vastgesteld.

Het doel van dit ERA-GAS project is om de methaanemissie uit mengmest in de rundvee- en varkenshouderij te verminderen via mestmanagement en mestbehandelingsmaatregelen en om te zorgen dat dit tot uitdrukking kan komen in de nationale berekeningen. Met de huidige IPCC methode kan geen onderscheid worden gemaakt tussen verschillende mestmanagement- en mestbehandelingstechnieken. In dit project wordt ook een methode ontwikkeld om een betere inschatting te maken van de methaanemissies uit verschillende stal- en opslagsystemen. De potentiƫle en de werkelijke methaanproductie uit verschillende soorten mest (rundvee/varkens, verschillende opslagduur, verschillende temperatuur, verschillende voeding, verschillende mestbehandelingen) wordt bepaald in een standaard meetopstelling in verschillende landen. Bij bekende mestvolumes en temperaturen van de mest kan vervolgens een inschatting worden gemaakt van de dagelijkse en jaarlijkse methaanemissies uit verschillende stal- en mestopslagsystemen. Deze informatie wordt vervolgens mede gebruikt om, met het FarmAC rekenmodel (www.FarmAC.dk), de methaanemissie in de gehele mestketen te bepalen. De effecten op lachgasemissies en koolstofvastlegging in de bodem worden tevens bepaald.

Publicaties