tulpenveld

Project

MJA monitoring Bloembollen teelt

Door het Ministerie van LNV en door de KAVB en het PT is een 2de ronde Meerjarenafspraak Energie getekend. Doelstellingen hiervan zijn om t.o.v. 2006 in 2011 de Energie-Efficiëntie (EE) met 11% te hebben verbeterd en het aandeel Duurzame Energie (DE) te hebben verhoogd tot 6,4%.

Doelstellingen project

Bij de 2de ronde Meerjarenafspraak Energie is overeengekomen om de jaarlijkse voortgang te monitoren. De monitoring tijdens de 1ste ronde vond plaats bij bedrijven die op individuele basis deelnamen aan de MJA-e. Voor de 2de ronde van de MJA-e vindt de monitoring via de PT-registratie plaats.

Aanpak en tijdspad

Via de registratie van het PT worden bij alle bedrijven met als hoofdactiviteit het telen en/of broeien van bloembollen de voor monitoring relevante gegevens verzameld. Hiervoor wordt de vragenlijst gebruikt die, met enkele kleine aanpassingen, ook tijdens de 1ste ronde van de MJA-e gebruikt is.

Deze (anonieme) gegevens worden digitaal bij PPO aangeleverd. De aangeleverde data worden gecontroleerd, bewerkt en in het voor analyse geschikte format gebracht. De bewerking betreft het uit de aangeleverde data berekenen van samengestelde parameters (bv. totaal areaal uit de som van arealen per gewas, of het totale energieverbruik uit de som van elektra, gas en huisbrandolie) en het invoeren van rekenmodules voor het uitvoeren van database extracties. Het in format brengen van de uiteindelijke dataset betreft het zodanig rangschikken van de data dat deze met het programma SPSS kunnen worden geanalyseerd.

Naar schatting gaat het hier om ± 1300 bedrijven. Tijdens de eerste ronde van de MJA-e (1995 t/m 2006) namen jaarlijks aanvankelijk 450 tot uiteindelijk 300 bedrijven deel aan de monitoring. Daarom wordt er in de analyse aandacht besteed aan hoe de resultaten m.b.t. energie-efficiëntie en het aandeel duurzame energie van de bedrijven die aan de 1ste ronde meededen zich verhouden tot de resultaten van de bedrijven die toen niet meededen. Hierdoor kunnen de resultaten van de 2de ronde van de MJA-e vergeleken worden met die van de 1ste ronde.
De gegevens worden geanalyseerd d.m.v. multiple regressieanalyse zoals beschreven in “Energieverbruik in de bloembollensector, Multiple Regressie Analyse Monitoring Data 1995–2006”, PPO, 2008. Voordeel van deze techniek is dat een onderscheid gemaakt kan worden tussen het energieverbruik per eenheid (elektra, gas en het totale primaire energieverbruik) in de teelt en in de broei. Daarnaast wordt voor deze sub-sectoren ook voor de afzonderlijke gewassen het energieverbruik per eenheid bepaald (afhankelijk van de spreiding en de mate van voorkomen in de database).
Vervolgens wordt de per bedrijf geschatte gerealiseerde EE vergeleken met de op het bedrijf toegepaste energiebesparingsmaatregelen.
Daarnaast worden de ontwikkelingen in bedrijfsarealen (totaal en per gewas), opbrengst/ha (indien opbrengstgegevens worden gerapporteerd) en broeiproductie in kaart gebracht dmv. database-extracties. Het totale energieverbruik in de sector wordt dan berekend door de energieverbruiken per eenheid te vermenigvuldigen met de productieomvang, uitgesplitst per subsector en voor zover mogelijk per gewas.
Tot slot wordt een overzicht gegeven van het toepassen van duurzame energie (type, aandeel, aantal bedrijven, levering naar buiten), de vermeden uitstoot van CO2 en de gerealiseerde besparing in Euro op sectorniveau.
De resultaten worden gepresenteerd aan de werkgroep MJA-e en gerapporteerd in het jaarlijkse sectorrapport. Voor de individuele bedrijfsrapportages wordt een samenvatting van het sectorrapport gegeven, plus in tabelvorm een schatting van de EE-prestatie van het betreffende bedrijf in vergelijking met het gemiddelde van de sector. Verzending van deze gegevens naar de individuele bedrijven wordt niet door PPO verzorgd.

Resultaten

De resultaten zijn een jaarlijks overzicht van:

  • Het gemiddelde energieverbruik (gas, elektra en totaal primaire energie) per eenheid (EE en geïndexeerd tov. het referentiejaar).
  • Het gemiddelde energieverbruik per eenheid in de teelt, in de broei, en voor de belangrijkste gewassen.
  • De ontwikkelingen in de sector m.b.t. het aantal bedrijven, de bedrijfsgrootte, gewasarealen en productie.
  • Het totale energieverbruik in de sector, uitgesplitst naar teelt en broei en waar mogelijk naar gewas.
  • De genomen energiebesparingsmaatregelen en een schatting van het effect daarvan op de EE-prestatie.
  • Het toepassen van duurzame energie (type, aandeel, aantal bedrijven, levering naar buiten).
  • De vermeden CO2 uitstoot.
  • De besparingen in Euro’s.
  • Een schatting van de individuele bedrijfs EE-prestatie t.o.v. het gemiddelde van de sector, geïndexeerd t.o.v. het referentiejaar.
  • In welke onderdelen van de bloembollensector de meeste energie-winst te behalen valt en waar de grootste knelpunten liggen.