Project

Metingen veetransport en hitte

In Metingen veetransport en hitte wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is met de verschillende voertuigtypen de verschillende diersoorten ook onder warmweeromstandigheden op een verantwoorde wijze te transporteren. Er worden hierbij een groot aantal temperatuur sensoren in transportvoertuigen ingebouwd zodat er een beeld ontstaat van de temperatuurverdeling in de wagen.

VERORDENING (EG) Nr. 1/2005 VAN DE RAAD, van 22 december 2004 bepaalt voor lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevige, runderen, schapen, geiten, varkens en pluimvee dat de ventilatiesystemen op wegvervoermiddelen zodanig moeten zijn ontworpen, geconstrueerd en onderhouden dat zij op elk moment tijdens het transport, ongeacht of het vervoermiddel stilstaat of in beweging is, volstaan om de temperatuur in het vervoermiddel voor alle dieren tussen 5 °C en 30 °C te handhaven met een tolerantie van plus of min 5 °C, afhankelijk van de buitentemperatuur.

Onderzoek

In het project KD-2020-063 Metingen veetransport en hitte (BO-43-013.01-053) wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is met de verschillende voertuigtypen de verschillende diersoorten ook onder warmweeromstandigheden op een verantwoorde wijze, waarbij wordt voldaan aan de EU verordening Nr. 1/2005, te transporteren. Er worden hierbij een groot aantal extra temperatuur sensoren in transportvoertuigen ingebouwd zodat er een goed beeld ontstaat van de temperatuurverdeling in de wagen.

Tevens wordt gekeken hoe de met deze sensoren verkregen data zich verhoudt ten opzichte van de meetwaarden die worden verkregen met de sensoren die vanuit de regelgeving ingebouwd zijn in de zijwanden van voertuigen.

Publicaties