kastomaten

Project

Microbiologie tuinbouw

Verbeteren van microbiologische veiligheid van voedingstuinbouwproducten in Nederland.

Doelstellingen project

Dit onderzoek heeft als doel de microbiologische veiligheid van voedingstuinbouwproducten in Nederland te verbeteren. Het is onderverdeeld in drie onderliggende doelstellingen:

  • Praktische oplossingen definiëren voor de Nederlandse telers om de microbiologische kwaliteit te kunnen waarborgen
  • Effectiviteit van beheersmaatregelen aantonen door bemonstering van tuinbouwproducten voor (en) microbiologisch onderzoek  (monstername, beoordeling van de microbiologische analyse en opslag in een database)
  • Proof-of-principle ontwikkelen voor besmetting van planten en mogelijkheden voor decontaminatie

Aanpak en tijdspad

In WP1 worden praktische oplossingen voor de Nederlandse situatie voor invulling van de GlobalGAP norm gedefinieerd met het oog op beheersing van microbiologische gevaren voor de volksgezondheid. GlobalGAP bevat een onderdeel m.b.t. microbiologische eisen en een uitgewerkte MRSA. Dit onderdeel bevat maatregelen voor alle telers, dus ook voor de Nederlandse teler, maar is globaal en weinig specifiek. Praktische vertaling naar de Nederlandse bedrijfssituatie is daarom gewenst. Het gaat hierbij onder meer over: te nemen beheersmaatregelen, verificatie d.m.v. monitoring (bijv bemonstering van water, frequentie ervan bemonsteringsplekken, analyses) en advies over te nemen corrigerende maatregelen (wanneer en welke). Hierbij dient ook de zwaarte van de controle te worden opgestemd met het risicoprofiel van de teelt. Hierbij zullen teelten binnen de fruitteelt, vollegrondsgroenten en champignonteelt worden bekeken. Deze vertaling naar de praktijk in Nederland wordt gedaan op basis van huidige wetenschappelijke kennis en zal kort beschreven worden in praktische factsheets voor de telers. De informatie uit de factsheets ondersteunen de telers in bewustwording van de context en de keuzes die hij kan maken om een intrinsiek veilig productiesysteem op te zetten.

In WP2 wordt bekeken welke gegevens (bijv sectorale bemonstering op handelsniveau op pathogenen, maar ook andere informatie) in een databank moeten worden vastgelegd zodat de gegevens in de toekomst bruikbaar zijn voor o.a. risicoanalyses. Uitgangspunt zijn de bemonsteringsschema’s en protocollen van de internationale referentielabs, CEN maar ook ervaringen van RIVM, DLO, NVWA en andere kennisinstelling zijn belangrijke input om dit te ontwikkelen.

Oppervlakte decontaminatie van eindproducten vormt een onderdeel van de maatregelen die ingezet zouden kunnen worden om de microbiologische risico’s humane pathogene bacteriën in groenten en fruitketens te beheersen. De toepasbaarheid en effectiviteit van decontaminatiemethoden worden door diverse factoren, waaronder de locatie van de bacteriën beïnvloed. Daarnaast kan blootstelling resulteren in stress in de HUPA, wat kan leiden tot expressie van virulentie factoren. In WP3 worden verschillende kansrijke decontaminatie maatregelen beoordeeld. Er zullen plant experimenten worden gedaan voor het evalueren van het effect van verschillende oppervlakte ontsmettingstechnieken op Salmonella spp. in sla als model. De klassieke procedure (chloor behandeling) wordt als referentie gebruikt.

Resultaten (beoogd)

  • Document met praktische oplossingen voor de Nederlandse situatie o.a. risicoprofielen voor teelten
  • Factsheets voor telers
  • Werkschema monstername microbiologie.
  • Plan van eisen en elementen voor databank voor opslag microbiologische gegevens
  • Lijst met kansrijke beheersmaatregelen.
  • Rapportages over plant experiment en resultaten voor de huidige en een nieuwe beheersmaatregel