Project

Modellen N- en P-gebruiksnormen in de landbouw

De Europese Nitraatrichtlijn verlangt dat lidstaten Actieprogramma’s opstellen om de eutrofiëring van grond- en oppervlaktewater terug te dringen. Onderdeel vormen de N- en P-gebruiksnormen in de landbouw. Begin 2013 start Nederland onderhandelingen met de Europese Commissie. Daarbij moet Nederland het naleven van milieudoelen met monitoringsresultaten en berekeningen inzichtelijk maken.

Doelstelling

Begin 2013 start Nederland onderhandelingen met de Europese Commissie over het 5e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Dan kunnen vragen worden gesteld over stikstof- en fosfaatgebruiksnormen, de derogatie en gebruiksvoorschriften. Het ministerie van Economische zaken heeft daarbij behoefte aan een wetenschappelijke onderbouwing van haar inbreng.

De Europese Nitraatrichtlijn verlangt dat lidstaten Actieprogramma’s opstellen om de eutrofiëring van grond- en oppervlaktewater terug te dringen. Onderdeel hiervan vormen voorstellen voor N- en P-gebruiksnormen in de landbouw. Deze zijn in beginsel afhankelijk van bodemeigenschappen, gewaskeuze, opbrengstniveaus, en de aard, hoeveelheid, tijdstip en wijze van mesttoediening. Modellen, onderbouwd met monitoringsgegevens, zijn hierbij behulpzaam. Speciale aandacht gaat uit naar situaties waarin het gebruik van dierlijke mest groter zou kunnen zijn dan de standaard van maximaal 170 kg mest-N per hectare per jaar ('derogatie'). Dit project beoogt met bestaande rekenmodellen inzicht te geven welke mest-kunstmestcombinaties opbrengsten gemaximaliseerd kunnen worden zonder milieudoelen op het gebied van N en P te overschrijden.

Plan van Aanpak

Voor het berekenen van de mest-kunstmestcombinaties worden scenariostudies uitgevoerd in de periode januari 2013 - mei 2013. De eindrapportage vindt plaats in juni 2013.

Resultaten

Onderzoekers stellen een Engelstalig rapport op waarin ze aangeven hoe hoog het gebruik van (kunst)mest kan zijn zonder milieudoelen te overschrijden. Het Ministerie van Economische Zaken kan dit rapport gebruiken bij de onderhandelingen. Daarnaast volgen notities en presentaties naar aanleiding van specifieke vragen van het ministerie. Deze komen voort uit haar overleg met de Europese Commissie en/of de landbouworganisaties.