Project

Modernisering en innovatie van meetinstrumentarium

Wanneer maatregelen plaats vinden die de CO2 opname door de bodem moeten verhogen kan dit leiden tot verhoogde uitstoot van N2O (lachgas) en CH4 (dit laatste alleen bij vernatting veengronden). Daarom is het nodig om N2O en in sommige situaties ook CH4 te meten. Het meetinstrumentarium voor N2O (lachgas) is verouderd. De laatste metingen in Nederland zijn ongeveer 10 jaar geleden uitgevoerd. De huidige emissiefactoren voor N2O zijn in 2010 vastgesteld op basis van onderzoek uit jaren 90 en beginjaren 2000 (Tabellen 1 en 2) (toevoegen referentie in voetnoot 1 en 2).

Er wordt in de Nederlandse berekening van lachgasemissie (met het model NEMA) geen onderscheid gemaakt naar typen kunstmest en soorten mest. De emissiefactor voor kunstmest is gebaseerd op die van kalkammonsalpeter (Tabel 2), terwijl de emissie van ammonium houdende meststoffen vaak lager is en hier dus perspectieven liggen voor mitigatie. Nieuwe grondstoffen voor toevoeging van organische stof aan bodems met een kwalificatie en werking van een meststof zijn of komen in toenemende mate beschikbaar. De toepassing van deze bodem verbeterende stoffen past bij de wens om meer bodem organische stof vast te leggen.

Door de komst van de nieuwe en van meer verschillende (kunst)meststoffen en (bewerkte en vergiste) mesten en alternatieve toepassingstechnologie (verdunde mest) van mest is de emissie van N2O zonder twijfel ook veranderd. Door middel van dit onderzoek kunnen deze alternatieve meststoffen worden gewaardeerd op N2O emissie. Daarnaast is de effectiviteit van maatregelen ten behoeve van C en organische stof in termen van N (N2O) verlies ook afhankelijk van gewas (grasland versus bouwland) en grondsoort. Dit vraagt om meer gedetailleerde emissiefactoren (Tabel 2). Deze informatie is relevant voor effectiviteit en zichtbaarheid van klimaat actie in sector landbouw.

Publicaties