Project

Monitoring MJA-e Bloembollen 2011

Op 28 maart 2007 is door het toenmalige ministerie van LNV, de KAVB en het PT een tweede ronde Meerjarenafspraak Energie (MJA-e+) getekend. Doel hiervan is om ten opzichte van 2006 in 2011 de Energie-Efficiëntie (EE) met 11% te hebben verbeterd en het aandeel Duurzame Energie (DE) te hebben verhoogd tot 6,4%. In overleg tussen het ministerie en de sector is besloten om de MJA-e+ met één jaar te verlengen door lineaire extrapolatie van de doelstellingen. Hierbij is ook overeengekomen om via dit project de voortgang in 2012 te monitoren. De MJA-e is opgenomen in het Convenant Schone en zuinige Agrosectoren.

Doelstelling

Beoogd doel van dit meerjarenproject is het verkrijgen van een jaarlijks overzicht van:

  • het gemiddelde energieverbruik (gas, elektra en totaal primaire energie) per eenheid (EE en geïndexeerd ten opzichte van het referentiejaar) in de bloembollensector
  • het gemiddelde energieverbruik per eenheid in de teelt, in de broei, en voor de belangrijkste gewassen
  • de ontwikkelingen in de sector met betrekking tot het aantal bedrijven, de bedrijfsgrootte, gewasarealen en productie
  • het totale energieverbruik in de sector, uitgesplitst naar teelt en broei en waar mogelijk naar gewas
  • de genomen energiebesparingsmaatregelen en een schatting van het effect daarvan op de EE-prestatie
  • het toepassen van duurzame energie (type, aandeel, aantal bedrijven, levering naar buiten)
  • de vermeden CO2-uitstoot
  • de besparingen in euro’s
  • een schatting van de individuele EE-prestatie per bedrijf ten opzichte van het gemiddelde van de sector, geïndexeerd ten opzichte van het referentiejaar
  • in welke onderdelen van de bloembollensector de meeste energie-winst te behalen valt en waar de grootste knelpunten liggen

Werkwijze

De monitoring tijdens de eerste ronde vond plaats bij bedrijven die op individuele basis deelnamen aan de MJA-e. Voor de tweede ronde van de MJA-e vindt de monitoring via de PT-registratie plaats. Alle bedrijven met als hoofdactiviteit het telen en/of broeien van bloembollen ontvangen jaarlijks een vragenlijst. In 2011, het vijfde jaar van de tweede ronde, zijn zo 1196 PT-geregistreerde bedrijven aangeschreven voor monitoring.

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving analyseert de teruggestuurde gegevens met behulp van multiple regressieanalyse zoals beschreven in “Energieverbruik in de bloembollensector, Multiple Regressie Analyse Monitoring Data 1995–2006”, PPO, 2008. Voordeel van deze techniek is dat een onderscheid mogelijk is tussen het energieverbruik per eenheid (elektra, gas en het totale primaire energieverbruik) in de teelt en in de broei.

De resultaten worden gepresenteerd aan de werkgroep MJA-e. Voor de individuele bedrijfsrapportages wordt een samenvatting van het sectorrapport gegeven, plus in tabelvorm een schatting van de EE-prestatie van het betreffende bedrijf in vergelijking met het gemiddelde van de sector.

Resultaten

Ten opzichte van 2008 is bij de bedrijven met 5 of meer hectare teelt het elektraverbruik/ha met 4,1% afgenomen en het gasverbruik/ha met 10,7%. In totaal is het energieverbruik/ha afgenomen met 7,3%. In de broei is bij deze bedrijven het elektraverbruik per 1000 stuks ten opzichte van 2008 met 4,5% afgenomen en het gasverbruik met 5,0%. In totaal is het energieverbruik per 1000 stuks met 4,8% afgenomen. De over teelt en broei gewogen gemiddelde Energie-Efficiëntie Index (EEI) is uitgekomen op 93,5. Dit is een fractie boven de doelstelling van 93,4.

In de broeierij is er een sterke stijging van het aantal bedrijven dat in de kas laagliggende buizen of meerlagenteelt toepast. Weging naar broeiproductie laat zien dat vooral grote broeiers energiebesparende maatregelen toepassen. In de teelt is de toepassing van energiebesparende maatregelen verder gestegen, met uitzondering van maatregelen die al het meest op de bedrijven werden toegepast. Opvallend sterke stijgingen zijn te zien bij de toepassing van een lagere circulatienorm en een lagere celventilatie bij de hyacintenheetstook. Ook hier geldt dat de meeste energiebesparende maatregelen vooral door de grote bedrijven worden toegepast.

Aankoop van groene stroom is ook in 2011 voor de meeste bedrijven de belangrijkste duurzame energiebron voor elektra. Het gebruik van warme kaslucht is de meest toegepaste vorm van duurzame thermische energie.
De CO2-uitstoot van de gehele bollensector was in 2011 158.886 ton. Ten opzichte van 2008 is dat een toename van 0,4%.

In het jaarlijkse sectorrapport zijn deze en andere resultaten gebundeld. Deze rapporten zijn te vinden op de website van agentschapNL.