Project

Natuur- en landschapseffecten omgevingswet

In 2016 is op basis van de PBL-evaluatie (2013) van de Omgevingswet nagegaan op welke punten een aanvullende evaluatie nodig is omdat de in de Tweede Kamer vastgestelde wetstekst afwijkt van het wetsvoorstel op basis waarvan de PBL-evaluatie is uitgevoerd. Parrallel daaraan is de uitwerking van de wet in de analyse betrokken. Daarbij is gekeken naar de wijze waarop de Natuurwet in de Omgevingswet wordtgeïntegreerd (zie ook Adviesgroep Natuur Omgevingswet, 2011).

De onderliggende AMvBs regelen veel bevoegdheidsverdelingen en zijn dus relevant om vast te stellen wat de nieuwe wet ten opzichte van huidige wetgeving voor natuur en landschap kan betekenen en wat de mogelijkheden van nieuwe wettelijke instrumenten zijn om het beleid voor natuur en landschap vorm te geven. Uit de concept-resultaten blijktdat provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en de omgevingsvergunning of het projectbesluit een belangrijk sturend resp. toetsend instrument zullen worden. Met name de invulling van het begripomgevingskwaliteit en het vaststellen van omgevingswaarden en gebruiksruimte kunnen van invloed zijn op het beleid ten aanzien van natuur en landschap. Daarmee hebben we in beeld kunnen brengen wat intheorie wel en niet mogelijk is. In 2018 willen een tussenstand geven van de verwachte gevolgen van de invoering van de Omgevingswet voor natuur en landschap.

Het doel van het project is de uitwerking van de Omgevingswet te volgen ten aanzien van de gevolgen voor natuur en landschap zodat in 2018 een snelle start gemaakt kan worden met de ex-ante evaluatie ervan. Via document-analyse en enkele interviews wordt verkend hoe de Omgevingswet uitpakt voor natuur en landschap, met als achterliggende vraag of de wet voldoende flexibiliteit biedt om de kansen op synergie in de vorm van natuurcombinaties te benutten.

De Omgevingswet zoals die tot nu toe is uitgewerkt, laat veel ruimte aan decentrale overheden om eigen keuzes te maken. De bescherming van natuur en landschap zal, meer dan voorheen, afhangen van met name provinciale ambities zoals de inspanningsverplichting om actieve maatregelen te treffen ter bescherming van soorten en de mogelijkheid om bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. Gemeenten kunnen via een mengpaneel  diverse omgevingskwaliteiten regionaal/lokaal afwegen. 

De vraag is hoe participatie en landschapsbeleid hierin een plaats vinden: 1) aan participatie wordt binnen de stelselherziening veel waarde gehecht, maar hoe zal dit veranderen in beleidsvorming en planuitvoering tov de huidige situatie? 2) landschapsbescherming wordt geheel overgelaten aan provincies. Tegelijk is het landschap de drager van de fysieke leefomgeving.

Publicaties