Project

Next Level mestverwaarden

De Nederlandse veehouderij produceert niet alleen hoogstaande producten zoals vlees en zuivel, maar ook de waardevolle grondstof mest. Dierlijke mest van goede kwaliteit is met name van groot belang voor het sluiten van kringlopen, in een klimaatvriendelijke, circulaire voedselproductie.

Dierlijke mest wordt vooralsnog vooral benut als bron van stikstof en fosfaat maar nog in mindere mate als een bron van organische stof. Daarbij heeft dierlijke mest vanwege een overschotmarkt een negatieve prijs en wordt het daardoor niet gewaardeerd als een hoogwaardig en marktwaardig bemestingsproduct.

Mest: een gouden, groene grondstof

In het kader van de NL Next Level propositie “Mest: een gouden, groene grondstof” hebben 6 bedrijven in de agrarische sector (Agrifirm, Darling Ingredients International, ForFarmers, FrieslandCampina, Van Drie Group en De Heus), samen met WUR, de handschoen opgepakt om tot een transitie rond mest en bemesting te komen. Deze transitie is gericht op het verwaarden van mest door het wegwerken van een overschot aan (drijf)mest en het opwerken van mest tot waardevolle marktwaardige organische en anorganische bemestingsproducten voor afzet in de land- en tuinbouw in Nederland en daarbuiten. De vooraanstaande rol die de Nederlandse veehouderij nu al heeft op het gebied van duurzaam produceren willen de initiatiefnemers ook doortrekken naar het gebruik van dierlijke mest.

Maatschappelijk voordeel

Naast een economische waarde (de druk op de mestmarkt zal afnemen en daarmee ook de relatief hoge mestafzetkosten, verbetering concurrentiepositie en rentabiliteit van de Nederlandse veehouderij), verwachten we er ook maatschappelijke baten mee te bereiken, waardoor een beter draagvlak voor dierlijke productie wordt verkregen. Door de lagere mestafzetkosten nemen de fraudedruk en daarmee ook de milieudruk af. Daarnaast zal de carbon footprint van onze voedselproductie  verminderen en zal er een verbetering optreden van de biologische bodemkwaliteit als gevolg van een goede kwaliteit van de organische bemesting. Door de productie van kunstmestvervangers en bemesting op maat, heeft het project een voorbeeldfunctie voor het beter sluiten van mineralenkringlopen voor andere landen en regio’s met relatief veel veehouderij.

De kernvraag binnen het project is:

Hoe maken we een hoogwaardig pakket van bemestingsproducten, dat zich weet te onderscheiden op een ontluikende (en om maatwerk vragende) markt voor organische bodembemesting, met een daarop toegesneden technologie en organisatorische aanpak.

Het project kent 4 werkpakketten (WP):

Schematische weergave indeling werkpakket NL Next Mestverwaarden
Schematische weergave indeling werkpakket NL Next Mestverwaarden

Werkpakket 1

In 2019 zijn voor WP1 aan de hand van inventarisaties, modelstudies, literatuurstudies en marktonderzoek 6 perspectiefvolle mestproducten gedefinieerd die in vervolg onderzoek nader bestudeerd worden aangaande de massabalansen, de kosten en opbrengsten in de keten. Het vervolgonderzoek vanaf 2020 richt zich op het ontwikkelen van de waardepropositie van de geselecteerd PMC’s m.b.t. door marktgewenste functionele eigenschappen en kwaliteit en op het ontwikkelen van de proceswijze voor producten vanuit de meest geschikte mestgrondstof of combinatie daarvan. Deze producten zullen worden geëvalueerd en de markt zal nader ontwikkeld worden in relatie tot de bijbehorende regelgeving.

Lees de rapporten:

Werkpakket 2

In WP2 zijn de state of the art technologieën voor verwerking van mest in beeld gebracht voor de productie van de geselecteerd PMC’s. Vastgesteld is dat voor de productie van een aantal beoogde (N en K concentraten) fracties nieuwe technologie moet worden ontwikkeld. Dit zal geschieden in nauwe samenwerking met de TU Eindhoven. Voor de productie van organische stof fracties zullen doorbraaktechnologieën (met name ook ”cross over” technologieën b.v. uit de slibverwerking) worden onderzocht, met de benodigde afstemming om aan te sluiten op de geformuleerde producten en markten in WP1.

Werkpakket 3

In WP3 is onderzocht welke mestgrondstoffen door de verschillende stalsystemen in varkens-, kalver-, melkvee-, en konijnenhouderij kunnen worden geleverd. De eisen aan de samenstelling van de organische meststoffen zijn niet door te vertalen naar het agrarische bedrijf, zolang mest gemengd wordt bij verwerkende bedrijven. Voor de beoogde mineralenconcentraten lijkt vooralsnog primair scheiding op bedrijfsniveau noodzakelijk. In de komende jaren wordt onderzocht welke innovaties noodzakelijk zijn in de stalsystemen om goede kwaliteit gestandaardiseerde grondstoffen voor de productie van hoogwaardige meststoffen mogelijk te maken. Met die stalsystemen zal praktijkonderzoek plaatsvinden.

Werkpakket 4

In WP4 worden de nieuwe organisatie- en structuuringrepen gedefinieerd, beoordeeld en uitwerkt voor een optimale verwaarding van dierlijke mest. In 2019 zijn de mestmarkt en de mestketen geanalyseerd m.b.v. een door WEcR ontwikkeld model (MERIT) voor de optimalisatie van de mestketen. Met dit model worden scenario’s doorgerekend die verschillen in bijvoorbeeld: omvang mestproductie, vraag naar mest, prijzen van kunstmest en kosten van mestverwerkingstechnologieën. Gebleken is dat de optimale mestafzetketen zeer gevoelig is voor kleine schommelingen in uitgangspunten. Daarom is het model gevalideerd voor recente ontwikkelingen. In de komende jaren wordt het model gebruikt voor het simuleren van (mogelijke) interventies zoals nieuwe mestverwerkingstechnologieën, aanpassingen van de veestapel of van de kunstmestprijzen etc. Vervolgens wordt onderzocht welke systeemdoorbraken nodig zijn, zoals  b.v. het ontkoppelen van een markttarief en een poorttarief voor de af te zetten mest naar een centrale verwerking. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van een evenwichtsmodel voor het in beeld brengen van de effecten op vraag en aanbod van mest en de interactie tussen den verschillende veehouderijsectoren. De resultaten worden vervolgens ingevoerd in Merit om de bijbehorende optimale mestverwaardingsketen te berekenen. Het werkpakket geeft een praktische uitwerking van de keten waarmee de waarde van mest wordt gemaximaliseerd. De hiervoor benodigde randvoorwaarden ten aanzien van regulering van de meststromen, de hoeveelheden en typen mestproduct die gegenereerd moeten worden, de locatie en omvang van de bijbehorende mestverwerkingsinstallaties, verdeling van baten en lasten tussen actoren en het bijbehorend beleid worden vormgegeven. Deze scenario’s kunnen meegenomen worden bij de herziening van het mestbeleid.

Lees de rapporten:

De innovatie

Dit project beoogt uitdrukkelijk te komen tot een herinrichting naar een duurzame, marktgerichte “Next Level Mestverwaarding” met inbreng van nieuwe kennis, organisatorisch vermogen, inzichten en ontwikkeling van alternatieve bewerkingsroutes. Het consortium wil daarbij de volgende focus en randvoorwaarden aanbrengen om onderscheidend te zijn t.o.v. de huidige situatie van mestverwerking en om richting te geven aan de vraag vanuit de markt naar duurzame bemestingsproducten in een circulair voedselproductie systeem:

  • Het project richt zich niet op het wegwerken van het mestoverschot, maar op het optimaal verwaarden van mest en het identificeren van die mestproducten, technologieën en systeemveranderingen waarmee dat kan worden bereikt.
  • Het project richt zich op een zodanige inrichting van de mestproductie en afzetketen en bijbehorende mestproducten dat de geproduceerde mest economisch optimaal wordt verwaard als (an)organische bemestingsproducten, op maat gemaakt voor specifieke land- en tuinbouwteelten in diverse regio’s in Nederland, Europa en daarbuiten.
  • Dit betekent dat naast vaste organische stofrijke mestproducten ook (natte) reststromen met minerale fosfaat-, stikstof- en/of kaliproducten gemaakt worden die kunnen dienen als biobased alternatief voor fossil-based kunstmest.
  • Beoogd wordt een transitie naar (vernieuwde) stalsystemen, die als basis hebben dat stal-emissies bij de bron worden aangepakt. Door dagverse mest snel uit de stal te verwijderen en op een centrale locatie op te waarderen, kunnen nutriënten die op dit moment op stal-niveau emitteren, worden vastgelegd in producten. Dit is voor het milieu en de economie een meerwaarde.
  • Naast de technisch economische optimalisatie van de mestafzetketen worden ook de institutionele randvoorwaarden in beeld gebracht, zoals het bijbehorende optimale mestbeleid, de onderlinge verdeling van baten en lasten tussen landbouwsectoren, regio’s en individuele boeren en de optimale locaties en schaalgroottes van mestverwerkingsinstallaties.

Kennisvalorisatie en -disseminatie

Het project is ook op de NCM dag op 25 oktober 2019 gepresenteerd.

In 2020 wordt een detail communicatieplan opgesteld. We streven naar twee/drie nieuwsberichten van resultaten uit het project per jaar. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de communicatiekanalen van de consortiumpartners (nieuwsbrieven, websites, media, themadagen, etc.), van de nieuwsberichten van NCM, maar ook in landbouwtijdschriften.