Project

Non-food toepassingen van pectine uit suikerbietenpulp

​De reststroom suikerbietenpulp wordt vooral gebruikt voor veevoer. Uit onderzoek van Wageningen Food & Biobased Research, Cosun, Dalli de Klok en Rodenburg Biopolymers blijkt dat er in de pulp verschillende waardevolle grondstoffen zitten die goed te verwaarden zijn. Bijvoorbeeld als biobased ingrediënt voor vaatwasmiddelen en als bioplastic (biobased polymeer).

De partners ontwikkelden op lab-schaal een manier waarbij via precompetitieve bioraffinage en conversie technologieën pectinerijke fracties werden gewonnen. "Pectine uit suikerbieten was wel bekend", zegt Ben van den Broek, projectleider namens Wageningen Food & Biobased Research. "Maar over non-food toepassing was minder bekend. Het heeft namelijk een iets andere samenstelling dan de pectines uit citrus of appels die veel in de voedingsmiddelenindustrie gebruikt worden om te geleren of te verdikken. Pectine uit suikerbietenpulp geleert iets minder, maar het heeft weer andere eigenschappen waardoor het een unieke grondstof is die goed bruikbaar is in vaatwasmiddelen en bioplastics."

Aandeel biobased hoger

De pectines dienen als functionele vervangers van niet afbreekbare polymeren in vaatwasmiddelen. Daarmee zijn deze producten milieuvriendelijker. Het aandeel biobased ingrediënten in vaatwasmiddelen is zo hoger en het product is makkelijker afbreekbaar. Datzelfde geldt voor de bioplastics. Door gebruik te maken van bietenpectines wordt het aandeel biobased content hoger, waardoor de industrie stappen kan zetten naar milieuvriendelijker produceren en naar realisatie van de CO2-doelstellingen van Parijs.

Het project kreeg een vervolg waarbij er werd opgeschaald voor commercieel gebruik: Non-food toepassingen van koolhydraten uit suikerbietenraffinage

Publicaties