aardappelen op akker

Project

Non-persistente virusoverdracht

Bladluizen worden momenteel allemaal met milieuonvriendelijke breedwerkende middelen bestreden, terwijl niet alle bladluizen even gevaarlijk zijn. In dit project wordt meer kennis vergaard over de non-persistente virusoverdracht door bladluizen om zo strategieën te kunnen ontwikkelen die ingrijpen in deze virusoverdracht.

Doelstelling

Bladluizen, thrips en wittevliegen zijn beruchte overbrengers van virusziekten. Directe zuig- en bijtschade veroorzaakt zelden problemen; de overgedragen virussen wel. Met name imidacloprid, pyrethroiden en minerale oliën worden in grote hoeveelheden toegepast.  Door meer fundamentele kennis over de interactie tussen virusdeeltje en bladluis kunnen gerichte strategieën ontwikkeld worden om in te grijpen in de virusoverdracht door bladluizen. Hiermee moet het mogelijk worden om het kostbare en milieuonvriendelijke verbruik van de huidige, breedwerkende middelen terug te dringen.

Non-persistente virusoverdracht is gebaseerd op een directe en specifieke binding van virusdeeltjes aan de stekende/zuigende monddelen van de bladluis. Niet elke bladluissoort is even gevaarlijk maar qua bestrijding worden ze allemaal over één kam geschoren. De factoren (eiwitten) die deze verschillen bepalen zijn nog onbekend evenals het bindingsmechanisme. Kennis van het mechanisme en de kinetiek van binding van virussen aan de monddelen van verschillende soorten bladluizen opent nieuwe manieren om de non-persistente overdracht van een groot aantal virussen tegen te gaan en te voorkomen. Meer fundamentele kennis over de verschillen in overdracht tussen bladluissoorten maakt een beter risico-inschatting mogelijk en een meer specifieke aanpak van het probleem en is nodig voor lange termijn oplossingen.

Beoogd resultaat

Uit de resultaten moet duidelijk worden of:

  • Het onderzoek naar mechanisme, kinetiek en efficiëntie uitgebreid dient te worden naar andere bladluissoorten en een ander modelvirus voor de teelt van bolgewassen.
  • Nadere bestudering en karakterisering van deze factoren zinvol is.
  • Er in vervolgonderzoek mogelijkheden ontwikkeld kunnen worden om in het bindingsmechanisme in te grijpen en de virusoverdracht te verstoren.

Werkwijze

In eerste instantie zullen de perspectieven voor verhindering van non-persistente virusoverdracht onderzocht worden middels:

  • het bestuderen van het mechanisme en de kinetiek van de binding van virusdeeltjes aan de monddelen van bladluizen ;
  • het identificeren van de factoren/bindingsplaatsen aan de monddelen van bladluizen die betrokken zijn bij de specifieke virusbinding en –overdracht.

Eerste onderzoeksjaar:

  • Literatuurstudie naar de reeds geïdentificeerde mechanismen en factoren voor verschillende virus/vector systemen en voor verschillende bladluissoorten.
  • Praktisch onderzoek gericht op mechanisme, kinetiek en efficiëntie van virusbinding en overdracht voor een isolaat van de NTN-stam vant modelvirus aardappelvirus Y (PVY) aan de monddelen van de groene perzikbladluis (Myzus persicae) en de roos-grasbladluis (Rhopalosiphum padi).
  • Indien mogelijk: een eerste analyse van mogelijke bindingsfactoren en ‘losweek’-factoren van bladluizen.