Project

Ontwikkelen DNA techniek bij monitoren schelpdierlarven en toxische algen

Het toepassen en verder ontwikkelen van recent beschikbaar gekomen DNA technieken kan de betrouwbaarheid en efficiëntie van monitoring van schelpdierlarven en toxische algen verbeteren. Dit sluit aan bij het WMR investeringsthema Monitoring & Data technologies.

Het toepassen en verder ontwikkelen van recent beschikbaar gekomen DNA technieken kan de betrouwbaarheid en efficiëntie van monitoring van schelpdierlarven en toxische algen verbeteren.

Toxische algen worden gemonitord voor de schelpdiersector in opdracht van de NVWA. De aanwezigheid van toxische algen kan leiden tot een tijdelijke sluiting van productiegebieden. De monitoringsresultaten moeten dus snel worden opgeleverd. Sommige soorten zijn alleen met behulp van Scanning Electronen Microscopie op naam te brengen. Gebruik van deze techniek is niet haalbaar binnen het beschikbare tijdsbestek en budget. Buiten Nederland wordt al geëxperimenteerd met het gebruik van qPCR. Om de sector blijvend van dienst te kunnen zijn is investeren in de meest geavanceerde techniek noodzakelijk.

In opdracht van de Stichting Ark werken wij aan de herintroductie van platte oester banken in de Noordzee. De geschiktheid van locaties hangt onder andere af van de aanwezigheid van larven. Platte oesters komen sporadisch voor in het Nederlandse deel van de Noordzee. Hierdoor is de dichtheid van larven laag en daardoor ook de trefkans met reguliere methoden. Ook hier kan een DNA-detectiemethode die onder deze omstandigheden larven kan opsporen zeer behulpzaam zijn bij het selecteren van pilot locaties. 

Succesvolle toepassing van de nieuwe techniek zal de monitoring betrouwbaarder en efficiënter maken. Dit betekent dat sluiting van productiegebieden van schelpdieren op basis van betere resultaten kan worden uitgevoerd. Voor de herintroductie van de platte oester kan sneller een mogelijk geschikte pilotlocatie worden gevonden.

Publicaties