Project

Ontwikkelen meetprotocollen voor dierenwelzijn slachtdieren

Vooralsnog ontbreekt er inzicht in het welzijn van slachtdieren in de verschillende procesfasen. Toepassen van de standaard Animal Welfare Check Points, op dierparameters gebaseerde meetprotocollen, leidt tot beter inzicht in de risicofactoren. Ook kan het bijdragen aan gericht objectief toezicht bij het inladen tot en met het slachten.

Doelstelling

Om het welzijn van slachtdieren te kunnen verbeteren is inzicht nodig in gemiddelden en spreiding van welzijnsparameters vanaf het verlaten van het primaire bedrijf tot en met het slachten. Hiervoor worden standaarden genaamd Animal Welfare Check Points ontwikkeld.

Soorten slachtdieren

In het project kunnen de volgende groepen dieren worden onderzocht: varkens, pluimvee, runderen, schapen en geiten. Per diercategorie worden minimaal tien koppels waarnemingen gedaan.

Plan van Aanpak

De in 2012 ontwikkelde werkprotocollen op primaire bedrijven, transporten en slachterijen worden toegepast in de praktijk. Dit gebeurt in 2013 bij bedrijven, transporteurs en slachterijen.
Bij de praktijkproef worden grenswaarden en streefwaarden vastgesteld met behulp van een representatieve groep stakeholders.

Beoogde resultaten

Aan het einde van het onderzoeksproject  ‘Animal Welfare Check Points’ zijn de volgende resultaten bereikt:

  1. Protocollen voor het kwantificeren van welzijnsindicatoren van runderen, varkens, pluimvee schapen / geiten tijdens het slachtproces vanaf het klaarmaken van de dieren op het primaire bedrijf (eind 2013);
  2. Resultaten van de praktijkproef: gemiddelden en spreiding van de welzijnsparameters in de praktijk bij onder a) genoemde diersoorten (2013);
  3. Resultaten van het normatief proces: vastgestelde acceptatiegrenzen en streefwaarden per welzijnsparameter bepaald door de groep experts. (2014).